Merian - Metamorphosis (1705)/54

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
53. Mispel-Boom Merian - Metamorphosis (1705) van Maria Sibylla Merian

54

55. Piement


[170]

Maria Sibylla Merian-Metamorphosis-Uni bib Utrecht MAG AB 352 Rariora 54.jpg

[169]

VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN.

DE LIV. AFBEELDING.

DEze Plant, van de Indianen Ballia genaamt, wast in het Bos aan de kant der morassige wateren, vier of vyf voeten hoog, heeft harde groene bladen als het riet, brengt een roode dikke bloeme, de kleine knopjes zyn wat subtiler.

De onderste aan het blad hangende Rupse is geel en swart, verciert met streepen, at deze bladen, den 14 Juny wierden se tot leververwige Poppetjes, gelyk op hetzelve blad legt, den 21. Juny quamen zulke graauwe swart-gestippelde Uiltjens daaruit, als aan het zelve onderste blad te zien is.

De bovenste geele Rups, met swarte streepen en bruin hooft, at deze bladen tot den 2. April, wanneer ie haare huid aftrokke een gespinst maakte, gelyk op het tweede blad legt, den 14. April quamen zulke okerverwige Uiltjes daar uit, als boven op de Plant te zien is.

Omtrent de zelve tyd, vond ik aan myn venster een ovalen klomp kley, dezen deed ik open, en vond daar in vier verdeelde holligheden, daar in lagen witte Wormen met haare huiden, die sy afgelegt hadden nevens haar, gelyk onder op het blad twee leggen, den 3. May quamen daar zulke wilde Beijen of Welpen uit, als ik hier vliegende vertoone, van diergelyke was ik tot Surinaame dagelyks gequelt, wanneer ik schilderde, vloogen se my om het hooft, sy maakten een nest naast myn zyde aan myn verf-kistjen van kley als boven gemelt, zo rond als of het op de schyf van de Potte-bakkers gedraait was, staande op een kleine voet, om dezen maakten sy een ander deksel van kley, om het binnenste van alle ongemak te beschermen, sy lieten een rond gat daar in om in en uit te kruipen, daar na zag ik se daaglyks kleine Rupsen in dragen, buiten twyffel tot spyse voor sig en haare jongen of Wormen, gelyk de Mieren ook doen, als my eindelyk dit gezelschap lastig wierd, verbrak ik haar huis en verdreeffe, wanneer ik haar geheele toestel zag.


Dit gewas is myns bedunkens de Lachryma job Americana altissima arundinis folio & facie Plumer: van de Heer Tournefort, in sijn Institutiones rei Herbaria voorgestelt.