Nederlandsche Staatscourant/Nummer 47/Naamlooze venootschap: Oud-Leijerhoven, te Amsterdam

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Naamlooze venootschap: Oud-Leijerhoven, te Amsterdam
Auteur(s) Walterus Simon Josephus van Waterschoot van der Gracht en Cort v.d. Linden
Datum Vrijdag 24 februari 1899
Titel No. 94. Naamlooze venootschap: Oud-Leijerhoven, te Amsterdam
Krant Nederlandsche Staats-Courant
Jg, nr ?, 47
Editie, pg [Dag], 148-150
Opmerkingen Pierre Cuypers vermeld als Petrus Josephus Hubertus Cuypers, Joseph Cuypers als Josephus Theodorus Joannes Cuypers, Antoinette Alberdingk Thijm als Antoinette Catharina Thérèse Alberdingk Thijm
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

[148]


[...]


No. 94.

                  NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP: Oud-Leijerhoven, te Amsterdam.

      Den 21sten December 1898 compareerden voor mij mr. Walterus Simon Josephus van Waterschoot van der Gracht, notaris, te Amsterdam resideerende, in tegenwoordigheid der nagenoemde getuigen:
      1. de weledelzeergeleerde heer dr. Petrus Josephus Hubertus Cuypers, architect der Rijksmuseumgebouwen enz., commandeur der Orde van den Nederlandschen Leeuw, ridder der Orde van de Eikenkroon en commandeur, officier en ridder van verschillende buitenlandsche orden, wonende te Roermond, handelende bij deze in eigen naam en ingevolge onderhandsche akten van volmacht 23 Mei jl. te Oud-Valkenburg, 16 November jl. te Roermond en 13 December jl. te Ginneken geteekend, die, na door hem in tegenwoordigheid van mij notaris en de getuigen voor echt erkend en ten blijke daarvan door allen geteekend te zijn, aan deze akte zijn vastgehecht, als lasthebber zijner dochters: a. mevrouw Maria Katharina Ursula Cuypers, zonder beroep, wonende te Oud-Valkenburg; b. mejuffrouw Katharina Wilhelmina Maria Cuypers, zonder beroep, wonende te Roermond, en c. mevrouw Anna Josepha Maria Theodora Cuypers, zonder beroep, echtgenoote van en in de volmacht behoorlijk bijgestaan door den edelachtbaren heer mr. Theodoor Willem Frederik Alfred Mathon, ambtenaar van het openbaar ministerie bij het kantongerecht te Breda, samen wonende te Ginneken;


[149]


149

      2. de weledele heer Josephus Theodorus Joannes Cuypers, ingenieur-architect, wonende te Amsterdam;
      3. de heer Hendrik Jan Antoon Wennekers, candidaat-notaris, wonende te Amsterdam, handelende bij deze ingevolge onderhandsche akte van volmacht 8 Juni jl. te Ginneken geteekend, die, na door hem in tegenwoordigheid van mij notaris en de getuigen voor echt erkend en ten blijke daarvan door allen geteekend te zijn, aan deze akte is vastgehecht, als lasthebber van mevrouw Felicitas Catharina Rosalia Cuypers, zonder beroep, buiten gemeenschap van goederen gehuwd met en in de volmacht behoorlijk bijgestaan door haren echtgenoot den heer Eduardus Maria Alberdingk Thijm, samen wonende te Ginneken.
      De comparanten verklaarden bij deze akte, onder verwachting van de Koninklijke bewilliging, op te richten eene naamlooze vennootschap van koophandel en zulks onder de navolgende voorwaarden en bepalingen, welke, indien zij de Koninklijke bewilliging mogen verwerven, haar uitsluitend zullen beheerschen.
      Art. 1. De vennootschap is eene naamlooze vennootschap van koophandel, onder de benaming van: Oud-Leijerhoven.
      Zij is gevestigd te Amsterdam en wordt aangegaan voor een tijdvak van 29 jaren, ingaande op den dag dat de Koninklijke bewilliging op deze akte is verleend.
      Art. 2. Het doel der vennootschap is het exploiteeren van het gebouw en erf genaamd „Oud-Leijerhoven”, gelegen in de gemeente Amsterdam, Vondelstraat, hoek Tesselschadestraat en voorts in het verrichten van al datgene, wat tot het voorschrevene in den ruimsten zin genomen, behoort of tot de uitvoering er van wordt vereischt.
      Art. 3. Het kapitaal der vennootschap wordt bepaald op f 55 000, verdeeld in aandeden van f 1000 en splitsbaar in onder-aandeelen van f 500.
      Dit kapitaal is geheel geplaatst.
      In de eerste algemeene vergadering zal echter worden vastgesteld voor hoeveel aandeelen ieder der aandeelhouders daarin deelnemen.
      Het kapitaal kan bij gewoon besluit der algemeene vergadering, waarbij tevens de termijn van plaatsing, de prijs van uitgifte en de tijdstippen van storting worden vastgesteld, vergroot en evenzeer bij gelijk besluit door afbetaling op de aandeelen verminderd worden, alles behoudens Koninklijke bewilliging, voor zooverre die dan nog noodig is.
      Zoo tot vermindering van het kapitaal besloten wordt, moet van de afbetaling door afstempeling der aandeelen blijken.
      De krachtens zoodanig besluit uitgegeven aandeelen zijn, op de wijze door het bestuur te bepalen, bij voorkeur ter beschikking van de aandeelhouders der vennootschap, zonder dat de aandeelhouders echter verplicht kunnen worden in het vergroot kapitaal deel te nemen.
      Art. 4. Alle aandeelen moeten bij hunne uitgifte, hetzij door betaling in geld of wel door inbreng van onroerende goederen onmiddellijk worden volgestort, zij zijn gesteld aan toonder, doorloopend genummerd en geteekend door den directeur en een der commissarissen.
      Bij elk aandeel wordt een stel dividendbewijzen afgegeven, alsmede een talon ter verkrijging van een nieuw stel, als het voorgaande is ingelost.
      Voor aandeelen die in het ongereede zijn geraakt, kunnen ten koste van den eigenaar duplicaatbewijzen worden uitgereikt, mits het in het ongereede geraken ten genoegen van commissarissen zij bewezen.
      Tot die uitgifte wordt niet overgegaan, dan nad[a]t twee afkondigingen in een te Amsterdam verschijnend dagblad, met eene tusschenruimte van eene maand, van het in het ongereede geraken hebben melding gemaakt.
      De eigendom van aandeelen onderwerpt den eigenaar aan de bepalingen dezer akte en aan de besluiten, binnen de grenzen dezen statuten, door de algemeene vergadering van aandeelhouders te nemen, met de vereischte meerderheid van stemmen.
      Art. 5. De comparanten in privé en qualiteit als gemeld, brengen in de vennootschap de navolgende onroerende goederen, als:
      I. De comparant sub 1, dr. Petrus Josephus Hubertus Cuypers, het huis, in gebruik als pension, met tuin en erf, staande te Amsterdam aan de Tesselschadestraat no. 31 op den hoek van de Vondelstraat, kadastraal bekend gemeente Amsterdam sectie R n. 266, in het geheel groot 4 aren 70 centiaren, met uitzondering echter van zoodanig gedeelte, hetwelk de erfgenamen zijner echtgenoote mevrouw Cuypers, geboren Antoinette Catharina Thérèse Alberdingk Thijm, in dit vast goed mochten blijken toe te behooren, zijnde volgens het kadaster 59 centiaren;
      II. De comparant dr. Cuypers voornoemd, als gemachtigde zijner dochters: mevrouw Maria Katharina Ursula — Katharina Wilhelmina Maria — en Anna Josepha Maria Theodora Cuypers en de comparanten Josephus Theodorus Joannes Cuypers en Hendrik Jan Anton Wennekers, deze laatste als gemachtigde van mevrouw Félicitas Catharina Rosalia Alberdingk Thijm, geboren Cuypers, allen als eenige erfgenamen en wel ieder voor een gelijk deel, van wijlen mevrouw Antoinette Catharina Thésèse Alberdingk Thijm, echtgenoote van voornoemden heer dr. Cuypers, 7 Januari 1898 te Roermond overleden, echter onder den last van levenslang vruchtgebruik ten behoeve van den heer dr. Cuypers voornoemd, een en ander volgens haar testament 7 Januari 1893 voor mij notaris verleden, dat gegedeelte van het kadastrale perceel sectie R no. 236 der gemeente Amsterdam en hierboven nader omschreven, hetgeen de erflaatster daarin mocht blijken toe te behooren, zijnde volgens het kadaster 59 centiaren en van welk gedeelte door den comparant dr. Cuypers het vruchtgebruik en door de overige comparanten en lastgevers den blooten eigendom wordt ingebracht.
      Van welk vast goed de laatste titels bestaan in: uittreksel akte van transport 23 Mei 1867 voor notaris Overhoff jr. alhier verleden, overgescheven ten hypotheekkantore te Amsterdam 3 Juni daarna, deel 756, no. 12; afschrift akte van afstan[d] 23 Mei 1867 voor evengenoemden notaris verleden, overgeschreven ten hypotheekkantore te Amsterdam denzelfden dag, deel 753, no. 63; afschrift akte van ruiling 23 Mei 1867 voor evengenoemden notaris verleden, overgeschreven ten hypotheekkantore te Amsterdam 5 Juni 1867, deel 755, no. 25, in verband met de overschrijving op dienzelfden dag, deel 755, no. 27, van het afschrift eener koopakte 23 Mei bevorens voor genoemden notaris Overhoff gepasseerd; afschrift koopakte 2 November 1867 voor evengenoemden notaris verleden, overgeschreven ten hypotheekkantore te Amsterdam 3 December daarna, deel 767, no. 14; afschrift koopakte 12 November 1864 voor notaris van Riet te Amsterdam verleden, overgeschreven ten hypotheekkantore aldaar 15 November daarna, deel 693, no. 6; afschrift koopakte 1 December 1864 voor evengenoemden notaris verleden, overgeschreven ten hypotheekkantore te Amsterdam 5 December daarna, deel 693, no. 45, en in het afschrift koopakte 5 April 1867 voor notaris Elzevier Dom te Amsterdam verleden, overgeschreven ten hypotheekkantore aldaar 10 April daarna, deel 751, no. 25.
      De waarde waarvoor deze inbreng wordt aangenomen, zal heden tusschen de deelhebbers onderling worden geregeld en vastgesteld.
      Art. 6. In alle algemeene vergaderingen, wier bijeenroeping, behalve in de bij deze statuten opgenoemde bijzondere gevallen, kan geschieden door directeur en commissarissen, telkens wanneer zij zulks wenschelijk oordeelen, bij aangeteekenden brief, door den directeur en beide commissarissen onderteekend en te verzenden minstens 10 dagen vóór het houden der vergadering, wordt beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen der aanwezige of behoorlijk gerepresenteerde aandeelhouders.
      Ieder aandeel van f 1000, twee halve aandeelen voor één gerekend, geeft recht op ééne stem tot een maximum van 6 stemmen, als bij de wet bedoeld.
      Vertegenwoordiging kan alleen geschieden krachtens schriftelijke volmacht.
      Art. 7. Het bestuur der vennootschap bestaat uit een directeur, onder onmiddellijk toezicht van twee commissarissen.
      Art 8. Tot directeur wordt benoemd de heer dr. Cuypers en tot commissarissen de heeren Joseph Cuypers en Eduardus Alberdingk Thijm, voor het eerste tijdvak van 6 jaren.
      Bij overlijden, genomen ontslag en ontstentenis van een of beide commissarissen of van den directeur of na expiratie der na te melden 6 jaren, waarover ieders mandaat loopt, wordt, voor zooverre de benoeming van commissarissen aangaat, op en uit eene door de overblijvenden hunner te doene voordracht en wat de benoeming van den directeur betreft op eene niet bindende aanbeveling van commissarissen door de algemeene vergadering in de vacature voorzien.
      De algemeene vergadering zal daartoe worden bijeengeroepen binnen drie maanden nadat van het overlijden, het ontslag of de ontstentenis zal zijn gebleken, terwijl over de voorzieningen in de vacatures, die ontstaan door het verloop van den termijn waarvoor de opdracht strekte, zal worden beslist in de gewone jaarlijksche algemeene vergadering, waarin de balans wordt overgelegd, zooals hierna bedoeld.
      Art. 9. De directeur en de commissarissen worden aangesteld voor den tijd van zes jaren, doch zijn herkiesbaar.
      Art. 10. De directeur is belast met de geheele administratie der vennootschap. Hij staat daarbij onder toezicht der commissarissen, die, telkens wanneer zij zulks goedvinden, echter minstens eens in de 6 maanden, gezamenlijk de handelingen der directie als zoodanig en de administratie controleeren.
      Commissarissen zijn bevoegd den directeur tijdelijk te schorsen.
      Tijdens de schorsing wordt door de commissarissen in de directie voorzien, op de wijze door hen te bepalen.
      Zij roepen alsdan binnen veertien eene algemeene vergadering van aandeelhouders bijeen, die de schorsing opheft of den directeur ontslaat.
      De instructiën van den directeur der vennootschap worden door de commissarissen opgemaakt en aan de goedkeuring der algemeene vergadering onderworpen.
      Art. 11. Bij het einde van ieder boekjaar wordt door den directeur een staat van de winsten en verliezen zoo nauwkeurig mogelijk opgemaakt en daaruit eene behoorlijke balans geformeerd, die, door beide commissarissen voor „gezien” geteekend, vervolgens in de jaarlijksche vergadering van aandeelhouders zal worden ter tafel gebracht, vergezeld van eene voordracht tot regeling en betaling der uitdeelingen.
      Deze algemeene vergadering zal jaarlijks vóór den 1sten Juli plaats hebben na oproeping van de aandeelhouders, ten minste 14 dagen bevorens.
      In die vergadering zal uit de aandeelhouders eene commissie van twee leden worden benoemd om de balans te onderzoeken, zullende hare goedkeuring aan directeur en commissarissen tot décharge strekken over het door hen gevoerde beheer.
      Art. 12. De jaarlijksche zuivere winsten der vennootschap worden ter concurrentie van 5 pct. over het maatschappelijk kapitaal door de aandeelhouders genoten.
      Van het meerdere zijn bestemd:
      50 pct. voor het vormen van een reservefonds, en
      50 pct. voor de aandeelhouders.
      Art. 13. Het reservefonds wordt afzonderlijk beheerd en is bestemd tot dekking van eventueele verliezen. Commissarissen bepalen de wijze van beheer van het reservefonds. De rente daarvan wordt onder de jaarlijksche winst verantwoord.
      Met de vorming van het reservefonds zal worden voortgegaan totdat hetzelve zal zijn geklommen tot de helft van het oorspronkelijk kapitaal der vennootschap. Van af dat oogenblik worden de in art. 12 bedoelde 50 pct. niet meer bijgevoegd, ten ware het fonds wederom beneden bedoeld bedrag zoude komen, als wanneer het opnieuw en op gelijke wijze zal worden aangevuld.
      Art. 14. Indien zulks door twee of meer aandeelhouders, te zamen vertegenwoordigende 12 aandeelen van f 1000, wordt


[150]


150

verlangd en op hun schriftelijk, behoorlijk onderteekend verzoek daartoe, is de directeur verplicht eene algemeene vergadering zoo spoedig mogelijk, althans binnen 20 dagen na de aanvrage, bijeen te roepen, met vermelding der daartoe door de aanvragers op te geven punten van behandeling.
      Art. 15. In geval van geschil tusschen den directeur en de commissarissen onderling, beslist de algemeene vergadering in hoogste ressort.
      Bij het ontstaan van volgens de wet voor scheidsrechterlijke beslissiug vatbare geschillen tusschen deelhebbers en directeur of commissarissen, wordt de beslissing opgedragen aan drie scheidsmannen, door partijen niet gemeen overleg te benoemen, bij gebreke van overeenstemming echter te benoemen door den bevoegden rechter op verzoek der meest gereede partij.
      Art. 16. De algemeene vergadering wordt gehouden evenals alle andere vergaderingen der aandeelhouders, onder voorzitterschap van de oudste der commissarissen.
      Alle besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen.
      Voor ontbinding der vennootschap, die, op voorstel van den directeur, ook zal kunnen geschieden binnen het bij art. 1 bepaald tijdvak; voor uitbreiding van het kapitaal of verandering der statuten, wordt, behoudens zooveel noodig de nadere Koninklijke bewilliging, vereischt vier-vijfde der uitgebrachte stemmen.
      Art. 17. De goedkeuring der algemeene vergadering is noodig tot het vervreemden van de onroerende goederen der vennootschap, welke goederen niet met hypotheek mogen worden bezwaard, daar dit uitdrukkelijk wordt verboden.
      Art. 16. Bij eventueele vermindering van het kapitaal der vennootschap met 40 pct., aldus tot op 60 pct., zullen de gezamenlijke deelgenooten, door de zorg van directeur en commissarissen en te hunner verantwoordelijkheid, worden bijeengeroepen tot het houden eener algemeene vergadering, ten einde te beslissen of de vennootschap zal worden ontbonden, dan wel of het verlies zal worden aangevuld en, zoo ja, op welke wijze; echter zal geen der aandeelhouders tot bijstorting van kapitaal kunnen verplicht worden.
      Art. 19. In het laatste jaar, en wel zes maanden vóór het einde van den duur der vennootschap, zal in eene algemeene vergadering worden bepaald of de vennootschap zal worden geliquideerd of na bekomen Koninklijke bewilliging zal worden voortgezet.
      Indien tot voortzetting mocht worden besloten, zullen degenen die zich vóór dit besluit verklaard hebben, verplicht zijn tegen 100 pct. over te nemen al de aandeelen van degenen die zich tegen dit besluit verklaard hebben, zoodra dit door dezen mocht gevorderd worden.
      Art. 20. Bij eventueele liquidatie der vennootschap wordt de wijze waarop door de algemeene vergadering bepaald.
      Ten slotte verklaren de comparanten in privé en qualiteit als gemeld, aan den mede-comparant dr. Petrus Josephus Hubertus Cuypers volmacht te geven om namens hen de Koninklijke bewilliging op deze akte aan te vragen en, bijaldien door of vanwege het Departement van Justitie wijziging daarin wordt verlangd, naar bewind van zaken in die wijziging toe te stemmen en die tot stand te brengen, en tevens na die bewilliging alle noodige maatregelen te nemen om het onroerend goed te doen overschrijven ten name van de bij deze opgerichte naamlooze vennootschap „Oud-Leijerhoven”, door inlevering van een door hem goedgekeurd uittreksel dezer akte in de daartoe bestemde openbare registers.
      Ter uitvoering dezer verklaarden de comparanten domicilie te kiezen ten kantore van den tijdelijken bewaarder der minuut.
      De comparanten zijn mij notaris bekend.
      Waarvan akte, in minuut opgemaakt, is verleden te Amsterdam, ten tijde voormeld, in tegenwoordigheid der heeren Jan Christiaan de Boer, zonder beroep, en Johannes Kappelhof, kantoorbediende, beiden wonende te Amsterdam, als getuigen.
      Onmiddellijk na voorlezing, is de akte door heeren comparanten, de getuigen en mij notaris geteekend.
      (Geteekend:) P. J. H. Cuypers, Joseph Th. J. Cuypers, H. J. A. Wennekers; J. C. de Boer, J. Kappelhof, W. S. J. v. Waterschoot v. d. Gracht, notaris.
      Geregistreerd te Amsterdam 21 December 1898, deel 219, folio 191 verso, vak 3.

      Den 20sten Januari 1899 compaseerde voor mij mr. Walterus Simon Josephus van Waterschoot van der Gracht, notaris, te Amsterdam resideerende, in tegenwoordigheid der nagenoemde getuigen:
      de weledelzeergeleerde heer dr. Petrus Josephus Hubertus Cuypers, architect der Rijks-museumgebouwen enz., commandeur der Orde van den Nederlandschen Leeuw, ridder der Orde van de Eikenkroon en commandeur, officier en ridder van verschillende buitenlandsche orden, wonende te Roermond, mij notaris bekend.
      De comparant verklaarde:
      dat bij akte 21 December 1898 voor mij notaris verleden, onder inwachting van de Koninklijke bewilliging, is opgericht eene naamlooze vennootschap onder den naam: Oud-Leijerhoven, en ten doel heeft het exploiteeren van het gebouw en erf, genaamd: „Oud-Leijerhoven”, gelegen in de gemeente Amsterdam, Vondelstraat hoek Tessselschadestraat, en voorts in het verrichten van al datgene, wat tot het voorschrevene, in den ruimsten zin genomen, behoort of tot de uitvoering er van wordt vereischt;
      dat aan het slot van evengemelde akte hij comparant is gemachtigd om, bijaldien door of vanwege het Departement van Justitie wijziging in de akte wordt verlangd, naar bewind van zaken in die wijziging toe te stemmen, die tot stand te brengen en alle daarvoor benoodigde akten en stukken te verlijden en te teekenen;
      dat ter bekoming van de Koninklijke bewilliging op de daarbij overgelegde akte van oprichting van voormelde naamlooze vennootschap, eenige veranderingen in die akte noodig worden geacht.
      Dat hij comparant bij deze hieraan gevolg geeft en dat de vereischte veranderingen bestaan in de navolgende:
      Alinea 4 van art. 3 vervalt en wordt vervangen door de navolgende nieuwe alinea:
      „Het kapitaal kan bij gewoon besluit der algemeene vergadering, waarbij tevens de termijn van plaatsing, de prijs van uitgifte, mits niet beneden pari, en de tijdstippen van storting worden vastgesteld, vergroot en evenzeer bij gelijk besluit door afbetaling op de aandeelen verminderd worden, alles behoudens Koninklijke bewilliging, voor zooverre die dan nog noodig is.”
      Alinea 2 van art. 6 vervalt en wordt vervangen door de navolgende nieuwe alinea:
      „Ieder aandeel van f 1000, twee halve aandeelen voor één gerekend, geeft recht op ééne stem, tot een maximum van 3 stemmen, als bij de wet bedoeld”
      Aan art. 9 de navolgende nieuwe alinea toe te voegen:
      „De algemeene vergadering van aandeelhouders heeft het recht den directeur te allen tijde te ontslaan.”
      Alinea 2 van art. 13 vervalt en wordt vervangen door de navolgende nieuwe alinea:
      „Met de vorming van het reservefonds zal worden voortgegaan totdat hetzelve zal zijn geklommen tot de helft van het oorspronkelijke kapitaal der vennootschap. Van af dat oogenblik worden de in art. 12 bedoelde 50 pct. niet meer bijgevoegd en zal het dientengevolge vrijkomende gedeelte als winst worden beschouwd en aan de aandeelhouders ten goede komen, ten ware het fonds wederom beneden het hiervoor vermelde bedrag zoude komen, als wanneer het opnieuw en op gelijke wijze zal worden aangevuld.”
      Ter uitvoering dezer verklaarde de comparant domicilie te kiezen ten kantore van den tijdelijken bewaarder der minuut
      Waarvan akte, in minuut opgemaakt, is verleden te Amsterdam, ten tijde voormeld, in tegenwoordigheid der heeren Hendrik Jan Anton Wennekers, candidaat-notaris, en Petrus Johannes Emmelkamp, kantoorbediende, beiden wonende te Amsterdam, als getuigen.
      Onmiddellijk na voorlezing is de akte door den comparant, de getuigen en mij notaris geteekend.
      (Ge[te]ekend:) P. J. H. Cuypers; H. J. A. Wennekers, P. J. Emmelkamp, W. S. J. v. Waterschoot v. d. Gracht, notaris.
      Geregistreerd te Amsterdam 21 Januari 1899, deel 220, folio 22 verso, vak 1.

Koninklijk besluit van goedkeuring.

4 Febr. 1899
no. 31.
       Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

      Beschikkende op het verzoekschrift van dr. Petrus Josephus Hubertus Cuypers, wonende te Roermond, ter bekoming van de Koninklijke bewilliging op de daarbij overgelegde akte van oprichting van de naamlooze vennootschap: Oud-Leijerhoven, te vestigen te Amsterdam;

      Gelet op de artt. 36 tot en met 56 van het Wetboek van Koophandel;

      Op de voordracht van Onzen Minister van Justitie van 31 Januari 1899, 1ste afdeeling B, no. 178;

            Hebben goedgevonden en verstaan:

      Onze bewilliging te verleenen op de bij het verzoekschrift overgelegde akte van oprichting van de naamlooze vennootschap: Oud-Leijerhoven, te vestigen te Amsterdam, in voege als deze bij de akte van wijziging is gewijzigd.

      Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

      ’s Gravenhage, 4 Februari 1899.

WILHELMINA.      

      De Minister van Justitie,
            Cort v. d. Linden.