Nieuwe Apeldoornsche Courant/Jaargang 36/Nummer 12511/Het kasteel Haarzuylens

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het kasteel Haarzuylens
Auteur(s) Anoniem
Datum Donderdag 10 augustus 1939
Titel Het kasteel Haarzuylens
Krant Nieuwe Apeldoornsche Courant
Jg, nr 36, 12511
Editie, pg [Dag], [20]
Opmerkingen Pierre Cuypers vermeld als Dr. Cuypers
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Het kasteel Haarzuylens.

Nieuwe Apeldoornsche Courant vol 036 no 12511 Kasteel de Haar.jpg

      Het kasteel Haarzuylens, het statigste, grootste en rijkste van al de Nederlandsche kasteelen, zoo heeft de bekende sportjournalist Jan Feith eens getuigd.
      Haarzuylens liggende achter de Vecht op de grens van Holland en Utrecht, is een voorbeeld van een prachtige restauratie.
Steen voor steen is het vernieuwd. De knapste van onze bouwmeesters, de oude Dr. Cuypers, liet er geen steen metselen, of hij had er vorm en plaats nauwkeurig voor bepaald En is er iemand, die zooals hij de kunst kent, aan de romantische schoonheid van vroeger de nieuwe te hergeven? Het geheele kasteel, dat vermoedelijk aangelegd is in de dertiende of veertiende eeuw, doch bij tusschenpoozen voltooid werd, bestond en bestaat nu weer uit vier vleugels om een regelmatigen, trapeziumvormigen binnenhof opgetrokken. Van de vijf torens was er slechts een, de Z.W. gevangenistoren, gespaard gebleven. De geheele aanblik van het gebouw, zijn zware schuin over elkander staande torens, de kleine schaars voorkomende vensters, de rondgaande houten schuttersgang toont wel, dat „Haarzuylens” nooit lustverblijf, wel als veste heeft moeten dienen, als een sterke burcht bedoeld was tegen vijandelijke aanvallen.
      Te meer treft dan de wijze, waarop de kundige en smaakvolle bouwmeester het inwendige in harmonie heeft weten te houden met het strenge karakter van het gebouw, en toch aan de eischen van het hedendaagsche comfort wist te voldoen.
      Hoe ver ligt de tijd, dat deze burchten de steunpunten waren van een grootsch, dikwijls ook wreed verleden en toch, hoe leven we midden in dezen tijd, bij het aanschouwen dezer machtige gebouwen.