Naar inhoud springen

Nieuwe Tilburgsche Courant/Jaargang 57/Nummer 21721/Kunst en Letteren

Uit Wikisource
Kunst en Letteren
Auteur(s) Anoniem
Datum Vrijdag 8 februari 1935
Titel Kunst en Letteren. Het kerkje van Asselt. Zijn schoonheid en geschiedenis
Krant Nieuwe Tilburgsche Courant
Jg, nr 57, 21721
Editie, pg [Dag], derde blad, [1]
Opmerkingen Otgerus vermeld als Otgerust, Pierre Cuypers als Cuypers, Karel Lücker als Lücker
Brontaal Nederlands
Bron kranten.delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Kunst en Letteren.

HET KERKJE VAN ASSELT.

Zijn schoonheid en geschiedenis

      De restauratie van het kerkje van Asselt is thans voltooid. Het oude aanzien van kerk en omringde muren heeft men weten te behouden. Vijftigduizend k.g. cement en twee [zetfout] menten en muren verwerkt. Bij de graafwerken, welke men moest verrichten voor de herstellingswerkzaamheden, zijn verscheidene interessante vondsten gedaan. Zoo heeft men ontdekt, dat de kerk is gelegen op een natuurlijke heuvel en niet, zooals men vroeger altijd dacht, op een opgeworpen terp. De heuvel bood een prachtig uitzicht op de Maas en de Noormannen en Romeinen schijnen den heuvel ook als uitkijktoren te hebben gebruikt.
      In vroeger jaren moet deze heuvel veel hooger zijn geweest, maar het wassend water van de Maas heeft groote stukken uitgeschuurd en weggespoeld, Onder de fundamenten heeft men fragmenten gevonden van kostbare grafmonumenten en een steen met beeldhouwwerk, waarvan de datum niet was vast te stellen. Men vermoedt dat men hier te doen heeft met een heidenschen offersteen of een deel van een doopvont. Tegels pannen, oude Romeinsche molensteenen, dit alles vond men bij de opgravingen. Men stiet zelfs op een Romeinsch gietwerk in de fundeeringen. Dit gietwerk was zoo massief dat het niet mogelijk was het naar boven te halen. Verder vond men nog urnen, beenderen en asch en een oud gebrandschilderd glas.
      Door de restauratie heeft het oude kerkje van Asselt gelukkig niet aan zijn bekoring behoeven in te boeten, zooals men aanvankelijk wel had gevreesd.
      Vooral in de laatste jaren is er veel geschreven over het beroemde kerkje van dit liefelijk gelegen Maasdorp. De overstroomingen van 1920, 1924 en 1926 richtten belangrijke schade aan de fundamenten van het oude gebouw, Om het wassende water te bestrijden legde men er jaren geleden een keermuur om heen. Deze muur werd echter niet diep genoeg gefundeerd en het materiaal, bestaand uit baksteen en metselspecie, verging met de jaren. In samenwerking met het Rijk werd door de gemeente Asselt meerdere malen een plan beraamd om den strijd tegen de voortwoekerende natuur aan te gaan, maar financieele bezwaren hielden een volledig herstel steeds weer tegen, totdat men na overleg met Waterstaat en den heer Onnes, architect bij het Rijksbureau voor Monumentenzorg, tot overeenstemming kwam en de herstellingen van het kerkje twee jaar geleden een aanvang konden nemen. De totale kosten van de restauratie werden op ruim f 10.000 geraamd.
      De geschiedenis van het kerkje van Asselt is merkwaardig. Men vermoedt, dat het de H. H. Plechelmus, Wiro en Otgerust zijn geweest, die de kerk hebben gesticht. De kerk werd gewijd aan den H. Dionysius. Een bewijs voor de stichting van deze heiligen ligt wel in de schenking van Asselt aan het St. Pietersklooster te St. Odilliënberg op 24 Juni 943 door Bisschop Balderik van Utrecht. Met nog andere bezittingen van het klooster kwam Asselt later onder de heerschappij der Graven van Gelder. Door alle eeuwen heen heeft dit kleine bedehuis het geweld der rivier, en de stormwinden weten te weerstaan, maar de natuur-elementen lieten niet na hun sporen op het kerkje achter te laten. Aan het begin dezer eeuw was het verval van de kerk zelfs zoo groot, dat de muren scheuren gingen vertoonen en de vuil zwarte ramen nauwelijks het zonlicht lieten binnenstralen. Het was Rector Pincker’s, die de herstellingswerkzaamheden aan het vervallen kerkje op zich wilde nemen. Aan Dr. Cuypers werden deze werkzaamheden opgedragen en het is aan dezen genialen bouwmeester te danken, dat de oude muren overeind konden blijven en ook het inwendige der kerk kon blijven bestaan.
      Van het interieur der kerk heeft vooral onze aandacht het prachtig doopvont uit de 12e eeuw, een kleine Calvariegroep uit de 16e eeuw, een schilderij van den gekruisten Christus, waarschijnlijk een kunstwerk van Titiaan en een tweetal kerkramen van Nicolaas. De Asseltsche kerk bezit een schat van antiquiteiten en kostbaarheden. Ook het hoofdaltaar is rijk versierd met oude kunstwerken. Mooie, zeldzame kandelaars sieren de altaartafel en een handgeweven tapijt, waarop een jubelend engelenkoor, vormt de achtergrond. Het tabernakel staat tusschen twee gebeeldhouwde paneelen, voorstellend Bethlehem en Golgotha. Boven het tabernakel welft zich nog een rondboog van oud wit steen. Ook de communiebank is een kunstwerk op zich; zij bestaat uit een gebeeldhouwd vlak, den Christus voorstellend, en om Zich heen verzameld de eerste Nederlandsche geloofsverkondigers. Dan vindt men nog de beide zij-altaren, tegen de muren naast den triomfboog. Zij zijn gewijd aan de H. Agnes en de H. Catharina en stellen tegen den muur ook tafereelen voor uit het leven der beide martelaressen. De kruisweg langs den kerkmuur is in savonière gebeiteld en is het werk van den Roermondschen beeldhouwer Lücker.
De kinderen van Asselt hebben in het kerkje reeds menig fraai stukje handwerk geplaatst. Men vindt hier een aantal zeldzame borduurwerken, dienstig bij de eerediensten, kerkparamenten, communiekleeden en tapijten, allen handvervaardigd. De borduur en handwerken van de Asseltsche jeugd werden reeds vele malen op huisvlijttentoonstellingen bekroond, eenmaal zelfs met den Bisschopsprijs.