Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 69/Nummer 81/Twintig jaar Limburgsche Kunstkring

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Twintig jaar Limburgsche Kunstkring
Auteur(s) Anoniem
Datum Dinsdag 7 april 1931
Titel Provinciaal Nieuws. Twintig jaar Limburgsche Kunstkring. Een tentoonstelling van de werken der leden en oud-leden. Jan Engelman over het wezen der kunst.
Krant Nieuwe Venlosche Courant
Jg, nr 69, 81
Editie, pg [Dag], [2]
Brontaal Nederlands
Bron delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein
Provinciaal Nieuws      

TWINTIG JAAR LIMBURGSCHE KUNSTKRING.

Een tentoonstelling van de werken der leden en oud-leden.

JAN ENGELMAN OVER HET WEZEN DER KUNST.

      De Limburgsche Kunstkring herdacht gisteren zijn twintigjarig bestaan met een tentoonstelling van werken van oud-leden en leden. Deze tentoontelling werd op Paaschmorgen in het Museumgebouw aan het Vrijthof geopend door Mr. J. van Oppen, burgemeester van Maastricht, in tegenwooidigheid van een zeer talrijk gehoor, autoriteiten, bestuurs- en eere-leden. De burgemeester sprak woorden van dank voor hetgeen de Kunstkring gedaan heeft eenerzijds voor de belangen harer leden, doch anderzijds ook voor de ontwikkeling van den kunstsmaak bij het publiek. Hij verzekerde meteen de vereeniging, dat de steun en de belangstelling der stad haar niet zouden ontbreken.
      Mr. M. Brouwers dankte den burgemeester en gaf in zijne hoedanigheid van voorzitter in een korte inleiding de geschiedenis van den Kunstkring in breede trekken weer, met hare perioden van bloei, doch ook van inzinking.
      Jhr. Rob. Graafland heeft twintig jaar geleden het initiatief genomen tot de oprichting ten einde den kunstenaars een betere gelegenheid te geven tot exposeeren en verkoopen. Voorzitter Paul Brouwers werkte in deze richting voort. Onder voorzitter Paul Hustinx begon het aanwerven van begunstigers en kunstlievende leden. Voorzitter Rob. Graafland zorgde nadien bijzonderlijk voor de expositie-gelegenheid en onder voorzitter Victor Smeets kwam de kring in het bezit van een eigen huis doordat de gemeente haar een gebouw in gebruik gaf, dat uitmunt door zijne gunstige ligging. Eindelijk onder voorzitter Maurice Brouwers werden de grondslagen gelegd van een permanent museum. Mr. Brouwers hoopte, dat over vijf jaar een luisterrijker feest zal gevierd worden, doch achtte het goed, dat de Kunstkring zijn twintigsten verjaardag niet zonder meer liet voorbijgaan.
      De bekende schrijver Jan Engelman hield daarop bij wijze van feestrede een beknopte beschouwing over het wezen der kunst. Kunstenaars zijn minnaars der schoonheid, scheppende fantasten, die de botste werkelijkheid omwerken tot weergave, die schoonheidsontroering moet wekken. Dit kan op alle wijze, elk in zijn eigen tijd, geschieden, wanneer de grondslag slechts de waarheid blijft. De kunst draagt de trekken van den tijd, waarin de verwekker leeft en zoo ook de moderne kunst, die men zien moet met welwillendheid en met ’n zuiver hart. Niets verandert onder de zon, doch het kleed kan wel veranderen.
      Na de opening der tentoonstelling werd n’ rond gang gemaakt door de zalen, waarbij bleek, dat hier een keurcollectie was bijeengebrach[t] van het bestedat in den loop der jaren werd gemaakt Van niet minder dan dertig kunstenaars was hier werk aanwezig, zoowel van overledenen als van levenden. Wij zagen er o.a. eenige kleurrijke stukken van den romantischen Rob. Graafland (Levensvreugde e.a.), die de aandacht dwingen. Van Herman Bopp o.a. De drie Boomen en het Ven, een Heide van Garjeanne, pracht portretten van Goovaerts, een Pierrette van Hoogerwaard, een Clown van van Kan, een landschap van Jhr. Vrijthoff. Van de jongeren hangt hier zeer verscheiden werk. De stoere paarden op den akker van Gouwe en diens woestijnlandschappen blijven altijd mooi. Brouwers heeft er visschen en een oude haven. Charles Eyck een merkwaardige kruiswegstatie en stadsgezichten, Bakhoven zijn bekende kermis-tooneeltjes, Huyser zijn Afrikaansche tafereelen. Verder is er Therese van Berckel met een van haar intime kinderweergaven, Jelinger met stadsgezichten en een prachtigen toren, Windhausen met een Pieta, Henri Jonas met een zelfportret en andere stukken, Charles Vos met beledhouwwerk, vooral een schitterende Heilige Familie in brons gegoten. Buitengewoon is de graveur Levigne.
      Er is veel bekend werk tusschen; de tentoonstelling is immer bedoeld als een twintigjarig overzicht. Een prettig weerzien van mooi werk, ook hier en daar modern werk in minder aangenamen zin, doch dit kan zich nog wel maken. Daarbij exposeert architect Boosten eenige gebouwer en drukker Ch. Nijpels eenig meesterlijk drukwerk.
      Zoo geeft deze tentoonstelling een mooi beeld van twintig jaren kunst, dat Limburg alle eer aandoet.