Nieuwsblad van Roermond/Jaargang 3/Nummer 83/Binnenland

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Binnenland
Auteur(s) Anoniem
Datum Woensdag 16 oktober 1878
Titel Binnenland
Krant Nieuwsblad van Roermond
Jg, nr 3, 83
Editie, pg [Dag, 1]
Opmerkingen Peter Heinrich Windhausen vermeld als J. Windhausen
Brontaal Nederlands
Bron Gemeentearchief Roermond
Auteursrecht Publiek domein

Binnenland.


ROERMOND, 16 October.


      Is het vieren van een gouden huwelijksfeest een blijde gebeurtenis in het huiselijk leven, die slechts aan weinigen te beurt valt, groot is dan ook de belangstelling, die bij zulk een gelegenheid van vele kanten wordt aan den dag gelegd, te grooter wanneer de feestvierenden in de algemeene hoogachting en genegenheid mogen deelen.
      Dit mocht te dezer stede de heer Theodorus van de Winkel jl. Zondag, den dag waarop hij alstoen 50 jaren geleden, met zijne waardige achtgenoote Mejuffrouw Johanna Margaretha Meuwissen in het huwelijk trad, in de ruimste mate ondervinden.
      De geheele buurt in de Neerstraat en Oliestraat, was bij die gelegenheid in feestdosch getooid. Op den vooravond reeds hadden de buren voor de woning der geachte jubilarissen een smaakvolle en elegante triomfboog opgericht van laurieren, palm en eikeloof, groen en bloemen, rijk versierd met guirlandes en fraaie trofeën van vlaggen en wimpels.
      Van alle huizen der buurt wapperde het nationale dundoek.
      ’s Morgens te 7 uren togen de geachte echtelieden met hunne talrijke familie ter O. L. Vr. Munsterkerk, alwaar zij bij hun intrede door de blijde orgeltonen stroomende langs de slanke tempelbogen, werden verwelkomd.
      Door den WelEerwaarden Hooggeleerden heer Dr. L. van de Winkel, provisor van Rolduc, zoon der jubilarissen, geassisteerd door de WelEerwaarde heeren Notermans, Sevriens en Mottu, kapelaans der Kathedrale Kerk, werd de Hoogmis tot dankzegging gezongen, waaronder het gouden bruidspaar met kinderen en kleinkinderen tot de H. Tafel des Heeren naderden. Verheven en zalig was deze plechtige stonde, onvergetelijk voor de geheele geachte familie, indrukwekkend voor de talrijk ter kerke aanwezigen, waarvan er velen, een traan van de wangen droogden.
      De kerkelijke plechtigheid geëindigd zijnde, keerden de jubilarissen met hunne familie huiswaarts en werden aan het begin der buurt in de Oliestraat door allerliefst uitgedoschte bruidjes afgewacht en onder aanbieding van keurige bouquetten en het uitspreken van toepasselijke dichtregelen namens de bewoners der buurt gelukwenscht en tusschen eene overgroote schare van belangstellenden, de prachtig versierde woning binnengeleid, alwaar bij de intrede weder nieuwe felicitatiën door een der maagdekens werden uitgesproken.
      Talloos waren de blijken van deelneming en de geschenken van vrienden en bekenden, die den heer van de Winkel en zijne echtgenoote op dezen heuchelijken dag, zoowel van in- als buiten onze stad ten deel vielen. Bovenal werden de feestvierende echtelieden op het levendigst getroffen door hunne prachtige portretten in olieverw, door onzen kundigen stadgenoot, den heer J. Windhausen, kunst- en portretschilder, vervaardigd en die frappant gelijkend, keurig van uitvoering mogen genoemd worden. Het was een overheerlijk cadeau van de dankbare kinderen aan het jubelend oudrenpaar.
      De feestelingen, door een talrijk kroost omringd, brachten den dag in gepaste vroolijkheid door.
      Des avonds was aan den triomfboog voor de woning een schitterend feestlicht ontstoken.
      Hartelijk wenschen wij den met recht zoo algemeen geachten jubilarissen tot vreugde hunner kinderen, kleinkinderen en vrienden, nog tal van levensjaren toe en vereenigen wij ons met den heil- en zegengroet het gouden bruiloftspaar aan den feestdisch door hunne opgeruimde en lieftallige kleinkinderen toegezongen:


            »Hemel, regen zegen neêr,
            Over ’t gouden Bruiloftspaar
            Dat zijn heilgeluk vermeer’,
            En vergroot’ van jaar tot jaar!”
                  Deze beden
                  Zij op heden
            Neêrgelegd aan ’s Heeren voet,
                  En ook zeker
                  Is de beker
            U gereikt van overvloed!
Ja zegen in overvloed mochtet gij smaken
In ’t vijftigtal jaren, dat gij zijt getrouwd.
Uw vreugd en ons heil woû God grooter nog maken,
Door ’t huwelijk te kroonen, te kroonen met goud!
Uw kinderen zij juublen, uw kleinkinders dartlen,
Zij springen en hupplen en zingen als kwartlen
                  Aan uwe zij
                  Zoo gelukkig en blij
                  O, zoo blij!....
            Zweeft omhoog! Zweeft omhoog!
            Tot aan ’s Heeren Hemelboog
                  Aller beden!
            Daal omneer! Daal omneer!
            Van uit Edens hooge sfeer,
                  Als op heden,
            Tot het diamanten-feest
                  Is geweest
            Onder hemelbloemenregen
                  Godes zegen!”


      [...]