Noord-Atlantisch Verdrag

Uit Wikisource
Ga naar: navigatie, zoeken

Noord-Atlantisch Verdrag

Type Multilateraal
Ondertekening 4 april 1949 in Washington
Inwerkingtreding 24 augustus 1949
Brontaal Engels en Frans
Vertaling Nederlandse
Leden 28
Bron Wetten.nl
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Noord-Atlantisch Verdrag op Wikipedia

NOORD-ATLANTISCH VERDRAG[bewerken]

De Partijen bij dit Verdrag bevestigen opnieuw haar vertrouwen in de doeleinden en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en hun wens om in vrede te leven met alle volken en alle Regeringen.

Zij zijn vastbesloten om de vrijheid, het gemeenschappelijk erfdeel en de beschaving van hun volken, welke zijn gegrondvest op beginselen van democratie, persoonlijke vrijheid en rechtsorde, veilig te stellen.

Zij zullen zich beijveren de stabiliteit en de welvaart in het Noord-Atlantisch gebied te bevorderen.

Zij zijn besloten haar krachten te verenigen voor de gemeenschappelijke verdediging en voor het behoud van vrede en veiligheid.

Derhalve sluiten zij dit Noord-Atlantisch Verdrag.

Artikel 1

De Partijen nemen op zich om, gelijk is geregeld in het Handvest van de Verenigde Naties, alle internationale geschillen waarin zij mochten worden gewikkeld langs vreedzame weg te beslechten op zodanige wijze, dat internationale vrede en veiligheid en gerechtigheid niet in gevaar worden gebracht en om zich in haar internationale betrekkingen te onthouden van bedreiging met of gebruik van geweld op enige wijze, welke onverenigbaar is met de doeleinden van de Verenigde Naties.

Artikel 2

De Partijen zullen bijdragen tot een verdere ontwikkeling van vreedzame en vriendschappelijke internationale betrekkingen door haar vrije instellingen te versterken, door een beter begrip te wekken voor de grondslagen waarop deze instellingen berusten en door stabiliteit en welvaart te bevorderen. Zij zullen trachten tegenstellingen in haar internationale economische politiek uit de weg te ruimen en zij zullen economische samenwerking aanmoedigen tussen enige of alle Partijen.

Artikel 3

Ten einde de doeleinden van dit Verdrag beter te verwezenlijken zullen de Partijen, ieder voor zich en tezamen, haar individueel en collectief vermogen om een gewapende aanval te weerstaan handhaven en ontwikkelen, door voortdurend en op doelmatige wijze zich zelf te versterken en elkander hulp te verlenen.

Artikel 4

De Partijen zullen onderling overleg plegen telkens wanneer naar de mening van een van haar de territoriale onschendbaarheid, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een der Partijen wordt bedreigd.

Artikel 5

De Partijen komen overeen, dat een gewapende aanval tegen een of meer van haar in Europa of Noord-Amerika als een aanval tegen haar allen zal worden beschouwd; zij komen bijgevolg overeen, dat, indien zulk een gewapende aanval plaats vindt, ieder van haar de aldus aangevallen Partij of Partijen zal bijstaan, in de uitoefening van het recht tot individuele of collectieve zelfverdediging erkend in Artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties, door terstond, individueel en in samenwerking met de andere Partijen, op te treden op de wijze, die zij nodig oordeelt — met inbegrip van het gebruik van gewapende macht — om de veiligheid van het Noord-Atlantisch gebied te herstellen en te handhaven.

Elke gewapende aanval van dien aard en alle dientengevolge genomen maatregelen moeten terstond ter kennis worden gebracht van de Veiligheidsraad. Deze maatregelen zullen worden opgeheven, zodra de Veiligheidsraad de nodige maatregelen zal hebben genomen, om de internationale vrede en veiligheid te herstellen en te handhaven.

Artikel 6

Voor de toepassing van artikel 5 wordt mede als een gewapende aanval op een of meer der Partijen beschouwd een gewapende aanval

  • (i) op het grondgebied van een der Partijen in Europa of Noord-Amerika, op de Algerijnse Departementen van Frankrijk, op het grondgebied van Turkije of op de eilanden vallend onder de rechtsmacht van een van de Partijen in het Noord-Atlantische gebied ten Noorden van de Kreeftskeerkring;
  • (ii) op de strijdkrachten, schepen of luchtvaartuigen van een van de Partijen wanneer zij zich binnen deze gebieden of elk ander gebied in Europa bevinden waar bezettingstroepen van een van de Partijen gestationneerd waren op de datum waarop het Verdrag in werking trad, of in of boven de Middellandse Zee of het Noord-Atlantisch gebied ten Noorden van de Kreeftskeerkring.

Artikel 7

Dit Verdrag doet geen afbreuk aan en mag niet worden uitgelegd als op enige wijze afbreuk te doen aan de rechten en verplichtingen welke voor Partijen, die Lid zijn van de Verenigde Naties, uit het Handvest voortvloeien, of aan de primaire verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad voor de handhaving van internationale vrede en veiligheid.

Artikel 8

Elk der Partijen verklaart, dat geen der internationale verbintenissen, op het ogenblik van kracht tussen haar en een der andere Partijen of een derde Staat, in strijd is met de bepalingen van dit Verdrag, en neemt op zich geen enkele internationale verbintenis aan te gaan in strijd met dit Verdrag.

Artikel 9

De Partijen richten hierbij een Raad op, waarin elk van haar zal zijn vertegenwoordigd ten einde aangelegenheden de tenuitvoerlegging van dit Verdrag betreffende in behandeling te nemen. De Raad moet zo worden georganiseerd, dat hij te allen tijde terstond zal kunnen samenkomen. De Raad zal de hulporganen oprichten welke nodig mochten zijn; in het bijzonder zal de Raad onverwijld een Defensie-Comité oprichten, hetwelk maatregelen voor de tenuitvoerlegging van Artikel 3 en Artikel 5 zal aanbevelen.

Artikel 10

De Partijen kunnen eenstemmig elke andere Europese Staat, welke de verwezenlijking van de beginselen van dit Verdrag kan bevorderen en kan bijdragen tot de veiligheid van het Noord-Atlantisch gebied, uitnodigen tot dit Verdrag toe te treden. Elke Staat welke aldus is uitgenodigd kan Partij worden bij het Verdrag door het nederleggen van zijn akte van toetreding bij de Regering van de Verenigde Staten van Amerika.

De Regering van de Verenigde Staten van Amerika zal elk der Partijen in kennis stellen met het nederleggen van elke akte van toetreding.

Artikel 11

Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de bepalingen daarvan zullen door de Partijen worden tenuitvoergelegd overeenkomstig haar onderscheiden grondwettelijke procedures. De akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk worden nedergelegd bij de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die alle andere ondertekenaars in kennis zal stellen met elke nederlegging. Het Verdrag zal in werking treden voor de Staten welke het hebben bekrachtigd zodra de bekrachtigingen van de meerderheid van de ondertekenaars, met inbegrip van de bekrachtigingen van België, Canada, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika, zijn nedergelegd en het zal van kracht worden met betrekking tot andere Staten op de dag waarop hun bekrachtiging is nedergelegd.

Artikel 12

Nadat het Verdrag gedurende tien jaar van kracht is geweest, of te eniger tijd daarna, zullen Partijen, op verzoek van een van haar, zich met elkander verstaan omtrent herziening van het Verdrag, met inachtneming van de factoren welke alsdan van invloed zijn op de vrede en veiligheid in het Noord-Atlantisch gebied, met inbegrip van de verdere ontwikkeling van algemene zowel als van regionale, binnen het kader van het Handvest van de Verenigde Naties vallende, regelingen voor de handhaving van internationale vrede en veiligheid.

Artikel 13

Nadat het Verdrag gedurende twintig jaar van kracht is geweest kan elke Partij ophouden Partij te zijn één jaar nadat zij van deze opzegging kennis heeft gegeven aan de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die de Regeringen van de andere Partijen in kennis zal stellen met het nederleggen van elke kennisgeving van opzegging.

Artikel 14

Dit Verdrag, waarvan de Engelse en de Franse teksten gelijkelijk authentiek zijn, zal worden nedergelegd in het archief van de Regering van de Verenigde Staten van Amerika. Gewaarmerkte afschriften daarvan zullen door deze Regering worden overgelegd aan de Regeringen van de andere ondertekenaars.

Ter oorkonde waarvan de ondergetekende Gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend.

Gedaan te Washington, de vierde April 1949.