Ons Zuiden/Jaargang 1/Nummer 142/Wij hebben gisteren gezegd dat het lot van de legerwet geheel zal afhangen van

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘Wij hebben gisteren gezegd dat het lot van de legerwet geheel zal afhangen van […]’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit Ons Zuiden, woensdag 21 juni 1893, [p. 2]. Publiek domein.

[ 2 ]  Wij hebben gisteren gezegd dat het lot van de legerwet geheel zal afhangen van den uitslag der herstemmingen en aangezien natuurlijk de stemmen der centrumpartij daarbij van groot gewicht zullen zijn, is het niet ondienstig eens de onderlinge verhouding der verschillende partijen na te gaan en vooral, welke houding het centrum zal aannemen.
 De partij van het centrum heeft steeds vastgehouden aan het beginsel om bij de herstemmingen niet ten voordeele der nationaal-liberalen of der socialisten op te treden; voor de eersten niet om hunne onverdraagzaamheid tegenover de katholieken en hunne politieke vervolgingszucht, zoowel als om hunne houding bij de gewichtigste sociaal-politieke vraagstukken, voor de laatsten niet om hunne bekende vijandelijkheid tegenover den godsdienst, hun opruien van het volk en hunne revolutionnaire strevingen.
 Aan dezen grondregel zal zij nu ook vasthouden. Waar nationaal-liberalen en socialisten in herstemming komen moeten dezen het maar met elkander uitvechten. Het centrum zal voor geen van beiden in de bres komen.
 Waar vrijzinnigen in herstemming kwamen heeft het centrum hen vaak geholpen, en dit zal ook nu wel het geval zijn en daar is ook niets tegen te zeggen wanneer de persoonlijkheid van den vrijzinnigen candidaat in kerkelijk politiek opzicht den waarborg geeft, dat de keuze van den vrijzinnige, van het standpunt van het centrum beschouwd, een klein kwaad schijnt tegenover de keuze van een anderen candidaat. Dit zal b. v b. het geval zijn in Mettmann, waar de vrijzinnige Schmidt tegenover den sociaal-democraat Meist staat. Schmidt staat het centrum zeer nabij en heeft bewezen dat het hem met zijne verdraagzaamheid ernst is. In Hagen zal het ’t zelfde zijn, waar Eugène Richter in herstemming komt met een sociaal-democraat.
 Men ziet uit deze paar voorbeelden dat de herstemming op veel plaatsen tot een even zwaren of nog zwaarderen strijd zal aanleiding geven als de kiezing zelve en dat er vooralsnog over het lot der legerwet niets te zeggen valt dan alleen dit, dat het aantal stemmen er tegen zijn. Maar dit bewijst alweer de wondepek van het parlementair stelsel.