P/Jan Wils' Olympisch Stadion/2

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jan Wils’ Olympisch Stadion [2]
Auteur(s) P.
Datum Zaterdag 14 juli 1928
Titel Jan Wils’ Olympisch Stadion. II. De sporttechnische inrichting.
Krant Het Vaderland
Jg 60
Editie, pg Avondblad B, 2
Opmerkingen Vervolg van Jan Wils’ Olympisch Stadion [1]
Brontaal Nederlands
Bron kranten.kb.nl
Auteursrecht Publiek domein

JAN WILS’ OLYMPISCH STADION


II


DE SPORTTECHNISCHE INRICHTING


      Het grondplan van het Stadion werd in hoofdzaak bepaald door den vorm van de wielerbaan. De meetlijn van de baan ligt 30 c.M. van haar binnenzijde en bestaat uit twee rechte gedeelten van 60 M., 2 halve cirkelbogen aan de kopeinden en overgangskrommen tusschen de rechte en de cirkelgedeelten. In de rechte gedeelten vormt ze bijna een horizontaal, in de cirkelbogen echter een sterk hellend en hol vlak. Het verloop van dit vlak werd mathematisch nauwkeurig berekend in verband met den hellenden stand, die de renner bij bepaalde snelheden in de bochten inneemt. Daardoor werd een vlak gevormd, dat bij de berijding de geringst mogelijke wrijving veroorzaakt. De prachtig golvende lijn van de wielerbaan bewijst de aanvaardbaarheid van den louter zakelijken, op berekende doelmatigheid gerichten vorm. Er zit snelheid in dit elegant golvende vlak; het beheerscht volstrekt de binnenruimte van het Stadion door de crescendo’s; het geeft bewogenheid aan het dak met de vijf en veertig duizend toeschouwers. In beton uitgevoerd vormt het tevens een neutraal grijze zone tusschen het voetbalveld met de donkere loopbaan en de door horizontale verdeeling geaccentueerde tribune.
      De wielerbaan ligt als een vrij lichaam in het amphitheater: een dubbele borstwering omgeeft haar. Tusschen de beide balustraden bevindt zich een goot. Deze goot is een uiterst gelukkig détail; ten eerste scheidt ze bouwtechnisch wielerbaan en amphitheater, zoodat beide geweldige betonnen lichamen onafhankelijk van elkaar onder atmosferische invloeden kunnen uitzetten of krimpen en mechanisch niet op elkaar inwerken; ten tweede neemt ze bij regen het afstroomende water en vuil op; ze vermeerdert vervolgens de veiligheid van den toeschouwer op de eerste rijen, vooral indien na 1928 het Stadion voor motorrennen gebruikt wordt; en ten slotte heeft ze optisch een begrenzingaccentueerende functie.
      De sterke eenvoud, de onopzettelijkheid van de tribunes met hun horizontale verdeeling, de radicale borstweringen ter afscheiding van de rangen, de regelmatig verdeelde donkere toegangsopeningen op ’t midden van de hoogte, de simpele hekken van gashuizen, de kleur der banken als een arceering tegen het neutrale grijs van beton, de welving van de wielerbaan met de omlijstende dubbele balustrade als plastisch accent en in het midden de feestelijk groene grasvlakte met rond er omheen de donkere lijn van den sintelloopbaan, geven het inwendige van het Stadion een monumentale rust en beheerschte bewogenheid.


De inwendige bouw.


      Drie accenten versterken de plastische werking: de kleine overdekte tribune boven de Marathonpoort, de grootere recht er tegenover aan de andere lange zijde van de wielerbaan boven de eereplaatsen en de plaatsen voor de pers, en ten derde het aanwijsbord aan een der korte bochten.
      Prachtig overspannen de beide bekappingen de overdekte zitplaatsen; weinig ijzeren steunpunten, die door hun zeer geringen omvang het uitzicht niet belemmeren, boven de Marathontribune 6.30 M. uit den achterwand met een vrij zwevend overstek van 11.30 M., boven de Eere-tribune 10,50 M. uit den achterwand met een vrij uitgespannen overstek van 17.60 M., beide overkappingen open rustend op den achterwand, waardoor even het kantachtig lijnenspel van het dunne ijzeren geraamte kittig afsteekt tegen het streepje lucht, dat vrij komt tusschen het donker van het dak en den tribunewand. Een mooi stukje techniek, zuiver zakelijk zonder eenige mooidoenerij en juist daardoor zoo overtuigend. Van Genderen Stort ontwierp het.
      Onder het tribunedek een reeks vertrekken, slechts gedeeltelijk voor den bezoeker toegankelijk. Daar ligt tusschen het pijlerstelsel en de balken, die het tribunedek dragen, de rondom loopende gang met aan de eene zijde twee toegangen onder de Eeretribune naar het middenterrein en aan den anderen kant de toegangen tot de vele vertrekken, die voor den dagelijkschen dienst, voor keukens, ververschingsruimten, telegrafie en telefooncellen en donkere kamers noodig zijn. Daar liggen ook een physiologisch en anthropologisch laboratorium, een zaal voor eerste hulp bij physieke ongelukken en een met cachot voor eerste hulp bij moreele ongelukken. brandweerbureau, sportbondssecretariaten. veertig kleedkamers met aparte waschkamers en toiletruimten.
      De dienstvertrekken voor de pers zijn onder haar tribune geheel gesepareerd van die der spelers en officials, zoodat tusschentijds contact vrijwel onmogelijk is.
      Verder is op de eerste verdieping van de Eere-tribune gelijkvloers met de Koninklijke loge een wandelgang met twee foyers voor de officieele bezoekers, wachtkamers voor vorstelijke gasten en leden van het I.O.C. Op de tweede verdieping der Eeretribune is nog een wandelgang met prachtig uitzicht over de landen achter het Stadion voor de bezoekers der bovenste rijen van dit tribunedeel.
      De onopgesmukte architectuur van deze zakelijke gedeelten geeft hier en daar verrassende kijkjes door gangen en openingen van vaak monumentale werking.
      Wat de technische uitvoering betreft: het geheele statische geraamte is van gewapend beton met wanden van beton en sinferplaten. Dat gaf aanleiding tot allerlei technisch moeilijke oplossingen, vooral in verband met krimpen en uitzetten van het enorme tribunedek, afvoer en luchtverversching, welke echter voor zoover we konden constateeren allen redelijk goed zijn verwerkelijkt.
      Voor dit organisme is de baksteenen sluitmuur gespannen, die hoofdzakelijk het architectonisch karakter van het bouwwerk bepaalt. Hier en daar is het betonnen geraamte zichtbaar gelaten. Enkele openingen ter verlichting van trapopgangen en vertrekken onderbreken den baksteenen muur; bloembakken, plastische steenstapelingen en decoratieve elementen accentueeren de belangrijkste punten; de Marathontoren en -poort beheerschen den voorgevel.


P. ◼