Pagina:Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden - Eerste deel.pdf/188

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
7
AA.

 AA (OUD-), buurt in Rijnland. Zie Ade, Ouder Ade of Oud Aa.

 AA (OUD), oud adellijk huis, prov. Utrecht. Zie Oudaan.

 AA (OUDE), water in Rijnland, prov. Zuid-Holland, dat van Zevenhuizen afkomende, zuidoostwaarts stroomt, en bij Hoogmade, door den Does versterkt, den naam van Wijde Aa aanneemt.

 AA (OUDE) of Raaksche Loop, riv. in de Meijerij van 's Hertogenbosch, kW. Peelland, prov. Noord-Braband, dat onder de gem. Deurne-en-Liessel in de Peel ontspringt, met twee adertjes, die zich ¼ u. O. van Vlierden vereenigen; van hier houdt het eenen noordwestelijken loop tot ongeveer ¾ u. Z. van Bakel, alwaar het zich in de Bakelsche Aa ontlast. Dit watertje is zomers altijd droog.

 AA (OUDE PEKEL.), voormalige riv. in Groningen. Zie Aa (Pekel-).

 AA (OUDE REKKER-), riv. in Groningen. Zie Aa (Rekker-).

 AA (OVER-), geh. in de Baronij van Breda,. prov. Noord-Braband, arr. en kant. Breda, dist. gem. en u. Z. van Prinsenhage, ¾ u. W. van Galder, 1 u. N. O. van Rijsbergen, aan de Aa of Weerreis.

 AA (PEKEL-), riv. in Groningen, die voortijds uit het Hoetmansmeer voortkwam, na eenen bogtigen, noordwestelijken loop bij Winschoterzijl, den van Winschoten komenden Rensel opnam, en zich bij de Bult in de Westwoldinger-Aa ontlastte. Na het aanleggen der veendorpen Oude-Pekel-Aa en Nieuwee-Pekel-Aa, is zij echter door een bevaarbaar kanaal vervangen, dat aan het Stadskanaal eenen aanvang neemt, en, in dezelfde rigting, met vermijding der veelvuldige bogten, langs de gezegde dorpen voortloopt, tot bij Stroobos, waar het in het oude bed valt, en, van daar tot aan de uitvloeijing in de Westwoldinger-Aa, denzelfden onveranderden loop houdt. Daar dit kanaal insgelijks den naam van Pekel-Aa aangenomen heeft, wordt het oude bed dezer rivier, ter onderscheiding, de Oude Pekel Aa genoemd.

 AA (REKKER-), riv. in Groningen die, aan de Pekelerveenen ontstaande eerst oostwaarts aanstroomt, vervolgens, eene noordelijke rigting nemende, tot voorbij Blijham loopt, van waar zij, met eene sterke westelijke bogt, in dezelfde rigting, naar de Westwoldinger-Aa stroomt, in welke zij zich bij Winschoterzijl ontlast. Op de meeste kaarten komt zij onder den naam van Oude Rekker-Aa voor.

 AA (RUINER-), riv. in Drenthe. Zie Aa (Wold-).

 AA (RUITEN-), Ruten-Aa, riv., die in Drenthe, uit het Zwarte meer, in de veenen van Noord- en Zuid-Barge en Schoonebeek, bij de grenzen van Hannover ontstaat, met veelvuldige kronkelingen noordwaarts tot bij Roswinkel voortloopt, voorts, op Groninger grondgebied komende, altijd in dezelfde rigting, langs Ter Apel, Ter Haar, Ter Wisch, Veldhuis, Jipsinghuizen, Wellinghuizen, Weende, 't Veldhuis en Ellersinghuizen vliet, bij welke laatste plaats zij zich in twee armen splitst, waarvan de eene langs Smeerling en Ter Wipping noordwestwaarts vloeit, en zich tegen over Wissinghuizen in de Mussel-Aa ontlast; en de andere, in eene meer noordelijke strekking, langs Vlagtwedde en Veele loopt, en, zich bij Wedde met dezelfde Mussel-Aa vereenigende, de Westwoldinger-Aa vormt.

 AA (SCHAAPSTALSCHE), riv. in Noord-Braband. Zie Aa (Bakelsche).

 AA (STEENWIJKER) ook wel Olde Aa genoemd, riv., die in de prov. Drenthe bij het gehucht Wittelte, onder Diever, onder den naam van Wasperveender Aa ontspringt, vervolgens westwaarts langs Wasperveen naar de kolonie Frederiksoord stroomt, al-