Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/100

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 76 —

Dit wordt teweeg gebragt door het trekken van onafzienbare scholen achter elkander om- en omwentelende, onderduikelende en weder bovenkomende cachelotten, dolfijnen of bruinvisschen. De heer schlegel, die dit verschijnsel eens in persoon heeft gadegeslagen op onze Noord-Hollandsche zeekust, getuigt volmondig, dat de illusie van een zoodanig schouwspel inderdaad zeer groot is, en dat de zintuigelijke indruk, uit de gezamenlijke bewegingen van deze zeedieren geboren, in de verte, regt goed eene voorstelling kan geven van de kronkelingen eener onmetelijk groote slang.

b.) In de tweede afdeeling onderscheidt men: de addervormige giftslangen. Deze hebben alle een betrekkelijk kleinen, eenigzins stompen kop, cirkelronde pupillen, en gladde, niet gekielde huidschubben. Zij zijn iets slanker van vorm dan de ware giftslangen, waarover nader. Men heeft daarvan drie geslachten, Bungarus, Elaps en Naja.

Ofschoon de eerste, de Bungarus-soorten, vrij groot kunnen worden, en deze ook daarom wel eens valsche of basterd-reuzenslangen of Pseudo-boa's zijn genoemd, behooren zij niet tot de zeer vergiftige slangen der keerkringslanden. Zij bestaan ook slechts in geringen getale, althans in betrekking tot de streken der aarde, die zij daar bewonen.

De Elaps-soorten zijn veel kleiner dan de vorigen. Zij zijn insgelijks niet bijzonder giftig; zelfs twijfelen sommigen ten sterkste aan haren vergiftigen aard. In dit, mede uitlandsch, geslacht ontmoet men onder anderen de bekende koraalslang, den Elaps lemniscatus en corallinus, of Cobra Coral, en ontelbare andere soorten. Dezen naam hebben zij gekregen wegens hare fraaije donkerroode, met wit en zwart afwisselende ringen. Men moet intusschen niet uit het oog verliezen, dat deze benaming een volksnaam is, zoodat zij in Brazilië en elders ook aan vele andere, zelfs geheel onschadelijke slangen wordt gegeven, vooral aan verscheidene soorten uit het geslacht Tortrix en Calamaria.

Ten derde treft men hier aan het uitlandsche geslacht Naja, waarin de meest giftige van deze afdeeling voorkomen. De Naja's hebben, onder anderen, dit bijzondere, dat zij, wanneer ze kwaad