Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/103

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 79 —

den kop, voor wormpjes kunnen worden aangezien door de vogels, welke alzoo een' gemakkelijken buit voor deze adder zouden opleveren.

Onder de Europeesche soorten van dit geslacht treft men vooreerst aan: de Vip. Aspis, de grootste adder van Europa, de bekende Aspis van Italië en Frankrijk. Het is deze, met welke fontana zijne beroemde reeks van 6000 proeven heeft genomen. Ten tweede volgt de Vip. ammodytes, de ware zandadder van Dalmatië, Illyrië en Hongarije. In sommige streken vermenigvuldigt dit dier zóó zeer, dat de voetreiziger zich tot onophoudelijke waakzaamheid genoodzaakt ziet. Wat de Vip. chersea (de Zweedsche adder of koperslang) en de Vip. prester (de Zwitsersche of zwarte adder) betreft, deze zijn slechts als variëteiten te beschouwen van de volgende of derde soort, namelijk van de Vip. of Coluber berus.

Deze is de gewone adder der meer noordelijke gewesten van ons werelddeel, de éénige giftige slang, die ook in ons vaderland wordt gevonden, in Groningen, Vriesland, Overijssel, Gelderland, vooral Drenthe, ook in Utrecht, in de omstreken van Zeist, Driebergen, Amersfoort, Soestdijk, Amerongen, enz. Zij wordt niet grooter, dan op zijn hoogst 2½ voet; meestal vindt men ze bij ons te lande veel kleiner. Zij is nagenoeg geheel bruin van grondkleur en heeft eene dubbele rij van zwarte vlekken op den rug, die in het midden somtijds zig-zagswijze in elkander overgaan. Het achterhoofd vertoont eene