Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/131

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 107 —

haar doorgaans voor, ofschoon de meeste klassieke schrijvers het feit als een "men zegt" berigten. Schlegel twijfelt aan de waarheid van het verhaal. De adder, zegt hij, stond in Egypte in hooge vereering, en prijkte op alle insignia van vorstelijke en priesterlijke waardigheid. Bij den triomphalen togt van octavius nu, werd het beeld van cleopatra door Rome's straten rond gedragen, getooid met al hare versierselen en, onder deze, ook met de Egyptische adder om haren arm. Even zoo wordt hare beeldtenis ook op médailles van dien tijd gevonden. Van dáár zou de algemeene dwaling ontsproten zijn. Ik waag het niet in dezen te beslissen, evenmin als over de vraag: of de ouden te gelooven zijn in hunne verhalen, dat juist deze adder, (bij hen Aspis genaamd), den dood brengt in de gedaante van eenen "zoeten slaap," zonder eenige pijn, stuipen of misvorming van het gelaat.

Meer gewis, dan tot zelfvernietiging, is slangenvergift misbruikt tot het dooden van anderen. Ik kon hier spreken over de vragen: of men het vroeger, en nog, in Turkije heeft aangewend tot het dooden van misdadigers?—of de negers het gebruiken tot geheimen giftmoord, waartegen rüfz hen heeft verdedigd?—of de Kaffers het mengen in hunne pijl-vergiften, hetgeen in de jongste berigten wordt tegengesproken?—Doch ik wil mij liever bepalen tot een minder algemeen bekend misbruik, dat schomburgk daarvan in Guyana heeft leeren kennen. Dikwijls reeds had het zijne opmerkzaamheid getrokken, hoe de Indianen nimmer verzuimden, alle gedoode giftslangen van hare haken te berooven, en die met zorg te bewaren. Eerst later bleek het hem, waartoe. Bij sommige volksstammen aldaar, vooral bij de Arrawakken, heerscht de bloedwraak in den hevigsten graad. Hij, die door de priesters, Piai's geheeten, als wreker, als Kanaima, zijner verslagene bloedverwanten wordt aangeduid, verlaat op den eigen stond zijn kamp en zijne huisgoden. Rusteloos zwerft hij rond, tot dat hij den vijand ontmoet van zijn geslacht. Is het een man, zoo tracht hij dien in den rug te treffen met eenen giftigen pijl. Is het een kind of eene vrouw, zoo overvalt hij die even verraderlijk, werpt zijn slagtoffer neder, en steekt haar een' gifthaak van eenen Trigonocephalus of andere groote slangensoort door de tong. Deze