Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/163

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 139 —

gelijk leeren. Ja, een mijner vrienden deelde mij mede, dat hij een kind gekend heeft van Hollandsche ouders te Verviers geboren, dat op den ouderdom van vier jaren zich, al naar gelang der omstandigheden, van vier verschillende talen bediende zonder deze te verwarren, namelijk van het Hollandsch, het Fransch (de taal der meeste fatsoenlijke ingezetenen aldaar), het Luiker-waalsch (de algemeene taal der mindere klasse) en het Duitsch, de taal van eenige daar wonende familiën, waarmede zijne ouders omgang hadden.

Het kind toont hier indedaad eene verbazende vatbaarheid van geest, die ons op lateren leeftijd geheel vreemd is, waardoor een kind zich reeds zoo verre boven alle dieren verheft, daar de papegaai wel enkele woorden leert naspreken, maar de beteekenis niet verstaat. Men kan het kind alleen de namen der voorwerpen en personen leeren; al het afgetrokkene, de bijzondere eigenschappen, hetgeen niet het voorwerp zelve is, te leeren verstaan, is het eigen werk van den geest van het kind, en het leert dit zonder eenige opzettelijke methode.

Hierin vertoont zich vooral bijzonder de geschiktheid van ons ligchaam om onzen geest op te voeden, niet alleen door zinnelijke indrukken, door klanken en woorden aan ons over te brengen, maar ook door de vatbaarheid om onze gedachten in klanken en woorden als spraak en taal te kunnen teruggeven. Het is vooral hierdoor, dat de begaafdheden van onzen geest en ons verstand zich ontwikkelen. Juist door de taal en de beteekenis der woorden wordt het kind op de hem omringende voorwerpen meer opmerkzaam gemaakt, en leert het hunne eigenschappen kennen. De woorden en namen zijn de merkteekens voor onze herinnering, en de naam brengt ons van zelve de zaak te binnen. De getallen leert het kind het laatst en het moeijelijkst, even als vele onbeschaafde volkeren, die het slechts tot een gering cijfer brengen. Beproeven wij echter, zooals gerdy teregt opmerkt (Annales Psychologiques, Tom I pag. 374), om b.v. het getal schrijvers uit onze Bibliotheek op te tellen, zonder cijfers te denken, door alleen de namen op te noemen, dan bereiken wij geen tiental boeken, of wij zijn reeds in verwarring. Zoo is het dus vooral het vermogen van spreken, waardoor de