Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/162

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 138 —

ling zijner geestvermogens; zijn geheugen vooral wordt levendiger; hij herkent met vreugde vroeger geziene voorwerpen en spoedig volgt ook herinnering van zaken, die hij niet ziet; hij krijgt het vermogen om die ook in zijne voorstellingen zich voor den geest te brengen, en als in zijne gedachten af te teekenen, zijne verbeelding ontwaakt en vertoont zich reeds in zijne droomen.

Heeft hij in de vijfde en zesde maand voorwerpen leeren grijpen, dan begint hij zich ook daarmede bezig te houden, zijn geest vertoont meer eigene werkzaamheid, hij begint te spelen en te onderzoeken. Met bepaalde geluiden geeft hij reeds meer en meer zijne begeerten te kennen, en in de achtste maand tracht hij duidelijk klanken en woorden na te bootsen; hij beproeft voor het eerst niet alleen zijne begeerten door klanken, maar ook zijne denkbeelden in woorden uit te drukken door het gebruik van de spraak, waarin een kind eene hem van de natuur zoo doelmatig geschonkene, en ons op lateren leeftijd bijna onbegrijpelijke vatbaarheid vertoont.

Men moet hierbij echter opmerken, dat het kind reeds de beteekenis van vele woorden verstaat, en b.v. zijn naam en die zijner ouders herkent, voor hij die kan uitspreken. Indien iemand eene geheel vreemde taal hoort spreken, zoo gaat dit aanleeren niet gemakkelijk; wij hebben eenen tolk, eenen leermeester, eene spraakkunst en een woordenboek noodig; maar het kind leert de taal zonder die hulp; het heeft noch woordenboek, noch tolk, en hoezeer eenige namen door gedurig herhalen hem kenbaar worden, zoo worden hem echter deze in steeds veranderde zinnen voorgedragen. Hoeveel oplettendheid wordt er niet vereischt om de dikwijls overdragtelijke beteekenis der bijvoegelijke naamwoorden te verstaan, b.v. het zoete kind, een zoet klontje suiker; mooi weer, een mooi kleedje, een mooije pop; hoeveel opmerkzaamheid, om de werkwoorden, die geene zigtbare zaak voorstellen, in hunne verschillende vervoegingen en zinnen, waarin zij voorkomen, te leeren verstaan, en die in eene geheel verschillende orde en zamenhang, die hij niet begrijpt, te leeren onderscheiden; hoeveel om de beteekenis der kleuren, der getallen te leeren vatten; en echter ontbreekt het niet aan voorbeelden, dat kinderen, door fransche bonnes opgevoed, twee talen te