Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/231

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 207 —

naauwkeurige kennis der lucht- en zeestroomen. Slechts enkele voorbeelden zullen voldoende zijn tot staving hiervan. Door eene naauwkeurige studie van den loop en de verbreiding der winden over de aardoppervlakte heeft men de rigting der luchtstroomen op de verschillende en meest bezochte deelen van den oceaan met eene groote juistheid leeren kennen, en zelfs weet men te bepalen, waar men, vooral in de warmere gewesten der aarde, in de verschillende jaargetijden dezen of genen luchtstroom te verwachten heeft. De zeevaarders, die hiermede niet onbekend zijn, trachten dus op hunne reizen zoodra mogelijk die streken te bereiken, waar zij eenen wind kunnen verwachten, die hen snel naar de plaats hunner bestemming voert, of wel zij trachten de streken te vermijden, waar zij hoogstwaarschijnlijk tegenwind zullen hebben. Schepen die uit Europa naar West-Indie, Middel- of Zuid-Amerika varen, begeven zich gewoonlijk eerst zooveel mogelijk zuidwaarts, tot in de nabijheid der Canarische eilanden, om den noordoost passaat op te zoeken en met dezen de reis te vervolgen. De reis uit het kanaal naar de Kaap de Goede Hoop kan in alle jaargetijden in 50 tot 60 dagen worden volbragt, doch voor de verdere reis naar Oost-Indie of China moet de koers naar het jaargetijde worden gewijzigd; dat is, men moet de rigting van den moeson in aanmerking nemen. Voor den overtogt van Acapulco in Mexico, over den Stillen Oceaan naar Manilla of Canton is de passaat en de zeestrooming, die onder den naam van aequatoriaalstroom bekend is en mede westwaarts gaat, zoo gunstig, dat de reis in 50 tot 60 dagen kan worden volbragt, terwijl men daarentegen voor de terugreis 90 tot 100 dagen noodig heeft. Tusschen de Antillen is de scheepvaart zoodanig door winden en stroomen bemoeijelijkt, dat een schip, hetwelk van Jamaika naar de Kleine-Antillen moet, niet regelregt over de Caraibische zee kan zeilen, maar een omweg moet nemen, door de dusgenoemde windwar-passage, of het kanaal tusschen Cuba en Haïti, naar den Oceaan. Daar er op den Atlantischen oceaan, van den 30sten tot den 60sten graad noorderbreedte, in het algemeen zuidwesten winden heerschen, duurt de reis van New-York naar Liverpool meestal veel korter dan