Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/348

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 324 —

gen is, zich als ijverige voorstanders er van hebben doen kennen.



Wij moeten nu het mesmerisme zelf in oogenschouw nemen, en wel vooreerst de wijze, waarop men deszelfs verschijnselen in wezen roept.

In de eerste en voornaamste plaats komt hier in aanmerking het strijken met de hand, de zoogenaamde manipulatie. Deze bestaat, in het algemeen, in een gedurig herhaald strijken in eene en dezelfde rigting, waarbij het ligchaam van den patiënt (dus zullen wij kortheidshalve ieder noemen, die de mesmerische bewerking, ook in gezonden toestand, ondergaat,) al of niet wordt aangeraakt (strijking met en zonder contact). Er zijn overigens zeer verschillende wijzen van manipuleren, waarover ik echter niet noodig heb uit te weiden.

Behalve de manipulatiën kunnen ook, zegt men, het beädemen van den patiënt, een met vastheid op zijne oogen gevestigde blik, ja zelfs de bloote wil van den bewerker, ook op aanmerkelijken afstand, de mesmerische verschijnselen in wezen roepen. Dit gelukt echter zelden of nooit, indien de patiënt niet reeds vroeger door middel van manipulatiën in den mesmerischen toestand verplaatst is geweest.

Overigens vervangt men de manipulatiën ook door het drinken van gemesmeriseerd, d.i. door eenige manipulatiën met de veronderstelde mesmerische kracht bedeeld water, door het plaatsen van een op dergelijke wijze bekrachtigd glas op den hartkuil, door den patiënt de ijzeren staven eener zoogenaamde batterij (baquet) te doen vasthouden, hem te plaatsen onder eenen met de mesmerische kracht bedeelden boom enz. Vooral van gemesmeriseerd water wordt nog heden veel gebruik gemaakt.

De zoogenaamde versterkingsmiddelen, waartoe onder anderen ook de aanwending der electriciteit gerekend wordt, kan ik hier slechts in het voorbijgaan gedenken.

Deze zijn hoofdzakelijk de middelen, van welke men zich sedert mesmer tot op onze dagen gewoon was te bedienen. In den laatsten tijd heeft men echter bevonden, dat men door eene andere,