Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/399

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 375 —

Reeds hieruit blijkt, dat deze zaak in Frankrijk van het hoogste gewigt wordt geacht, daar de regering gemeend heeft zich haar te moeten aantrekken. Ook is de reden, waarom in dit geval de inmenging der regering wenschelijk te achten is, gemakkelijk in te zien. De veefokker toch sluit zijnen stal en zijne weide, of merkt zijne jonge beesten; maar indien iemand het bedrijf van vischfokker wilde bij de hand nemen, dan zoude het hem zeer bezwaarlijk vallen zijnen eigendom te beschermen; en zeker althans is het, dat de rivieren, wier water gemeen goed is, aldus nimmer met meer visschen zouden bevolkt worden, zoodat derhalve het hoofdvoordeel, namelijk eene groote en algemeene vermeerdering van een hoogst belangrijk voedingsmiddel voor alle inwoners zonder onderscheid, onbereikt zoude blijven.

Doch ter zake. Ik beloofde den lezer iets nieuws; maar de wijze koning heeft gezegd: "er is niets nieuws onder de zon," en werkelijk bevestigt de ondervinding niet zelden deze uitspraak, in dien zin namelijk, dat de kiemen van vele latere gewigtige ontdekkingen en nuttige toepassingen vaak reeds in lang verloopen eeuwen gelegd zijn. Dit geldt mede van de vischfokkerij. Reeds de Romeinen verstonden de kunst, om hunne vijvers niet alleen met visschen te bevolken, maar zelfs om door kunstmatige bevruchting bastaarden van twee verschillende vischsoorten te kweeken, die fijner van smaak dan de beide ouders, het gehemelte der romeinsche lekkerbekken aangenaam streelden.

Wat toen echter alleen diende tot verhooging van het zinnelijk genot van eenen weelderigen lucullus en zijne pluimstrijkende tafelgezellen, of van eenen pollio, die zelfs niet schroomde, om slaven in zijne vijvers te doen werpen, ter voeding der moeralen (Muraenae), die een der meest geliefde geregten leverden,—dat kan thans een middel worden, om den armen en behoeftigen een onkostbaar, smakelijk en deugdelijk voedingsmiddel in grooten overvloed te verschaffen;—een voedingsmiddel, veel beter geschikt tot herstelling van de door den arbeid verloren krachten dan de aardappelen, die thans helaas op vele plaatsen schier het uitsluitend voedsel der arbeidende klasse uitmaken. Het vleesch van