Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/546

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


AZALEA PONTICA EN RHODODENDRON PONTICUM.

 

 

Beide in onze tuinen zoo fraaije als bekende heesters groeijen in Armenië aan den noordelijken rand van het gebergte tusschen Trapezunt (Trebizonde) en Baiburt in menigte in het wild. Zij zijn daar de alleralgemeenste en meest in het oog vallende gewassen, en hunne talrijke en prachtige bloemen maken het voornaamste sieraad van het voorjaar aldaar uit. Men ziet beide planten soms reeds aan het zeestrand, maar meer algemeen op eene hoogte van 400 tot 500 voeten, van waar zij tot 4000 voeten in weligen overvloed wassen. Nog hooger staan zij meer enkeld en minder fraai van stam en verdwijnen ongeveer op 5000 voeten hoogte, nog onder de eigenlijke alpenstreek; want daar, waar de eigenlijke alpenplanten gevonden worden, worden zij niet meer aangetroffen. Zij tieren welig in de schaduw der beuken, doch worden zelden gevonden, waar sparren de overhand hebben. Beide heesters komen beter op de steile hellingen, dan op de meer vlakke en vochtige terrassen van het gebergte voort. Tot op eene hoogte van 3000 voeten, is de Azalea algemeener dan de Rhododendron; in den gelen bloemengrond der Azalea's, staan de Rhododendron's als lila-kleurige kransen heerlijk ingeweven. Tusschen 3000 en 4000 voeten is de verhouding dezer beide, steeds bij elkander groeijende heesters, bijna geheel omgekeerd. De Rhododendron vormt daar in de schaduw van het woud nog struiken van 8 voeten hoog. Doch veel verder naar den top dier Alpen, en meer dan 1500 voeten hooger verheft zich Rhododendron caucasium, die echter in onze tuinen bijna niet bekend is. (Verg. wagner, Reise nach dem Ararat und dem Hochlande Armieniens. Stuttgart und Tubingen, 1848.)

v. H.