Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/562

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 144 —

zakken en buiten het bereik van de wortels stellen, terwijl omgekeerd, bij felle droogte, het vocht uit den ondergrond steeds gelegenheid vindt, om naar boven te klimmen en het vocht, dat oppervlakkig verdampt, aan te vullen. Op die eigenschap berust ook de regel dat men, bij droogte, niet behoeft na te laten om de planten te behakken, of den akker te schoffelen, want daardoor zal men eerder den grond vochtiger maken dan wel doen uitdroegen. Eveneens is het doel van het droogleggen der landerijen, door diep in den grond gelegde aarden pijpen, of, op de oude manier, door diepe greppels, welke op den bodem met takkebossen of steenen aangevuld zijn, niets anders dan het doen weg zakken van het overtollige water en het doen opzuigen van vocht bij droogte. Over dat droogleggen is in de laatste tijden zoo veel gehandeld, dat zulks hier niet ter spraak behoeft te komen. Genoeg is 't te zeggen, dat men zich al meer en meer van de groote voordeelen dier bewerking overtuigt, en dat die in Engeland tegenwoordig zeer algemeen in zwang is en daar misschien meer landerijen drooggelegd, geonderdraint, zijn dan niet, althans in die streken, waar de landbouw niet geheel ten achteren is.

Waarom nu de boer tarwe teelt, waarom hij ploegt, heeft men hierboven trachten te ontwikkelen. Alzoo is er wel een groot gedeelte van de vragen beantwoord, die bij het bebouwen van den akker voorkomen, maar een ieder zal opgemerkt hebben, hoe verbazend vele vragen naar aanleiding van deze antwoorden zich als van zelven weder voordoen. Ziedaar juist het aanlokkelijke, dat er voor den vriend der natuur in den landbouw gelegen is. Hoe meer hij zoekt, des te meer vindt hij. Van te voren reeds is hem bekend, dat de vragen onuitputtelijk menigvuldig blijven, en dat hij nimmer, uit gebrek aan stof, zal behoeven op te houden met vragen en zoeken naar antwoorden. Mogt de schrijver velen lezers, ook van dien kant het schoone en aanlokkelijke van den wetenschappelijken landbouw hebben doen inzien, dan wenscht hij zich zelven geluk met het goed volbrengen van zijnen arbeid.