Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/611

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


HET SNEEUWKLOKJE.[1]

 

 

1)

Kent gij dat klokje, blank en zacht,
 In zilvre kleur gehuld,
Welks klank zoo zuiver, vol van kracht,
 En blij de lucht vervult?
't Is d' eerste bloem bij 't lentefeest,
Zoo rijk getooid voor hart en geest.

't Hangt aan een fijnen groenen band
 Zoo needrig bij den grond;
't Was de Natuur, wier eigen hand
 Dien band aan 't klokje bond.
't Weêrklinkt met helder, zoet geluid,
Als d'eerste knop zijn boei ontsluit.

Het klinkt en weêrklinkt wijd en zijd,
 In sneeuwwit, blank gewaad;
't Verkondigt ons een schoonen tijd,
 Des zomers dageraad.
De lente: zie, zij treedt op aard
Vol schoonheid, 's Heeren goedheid waard!

Want naauwlijks klinkt des klokjes toon
 Der bloemen rei in 't oor,
Of elk van haar breekt, jong en schoon,
 Haar teedre zwachtels door.
Begroet het nieuwe jaargetij
En blinkt in feestelijken rij.

 

  1. Galanthus nivalis. Sneeuwklokje is de meest algemeene en beste benaming. Het is dezelfde plant, die ook wel bekend is onder de soms zonderlinge benamingen van vastenavondzotje, naakte mannetjes, naakte wijfjes, nakeneersje enz.