Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/631

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 211 —

te onzeker, omdat de bepaling van de wezenlijkheid of onwezenlijkheid van eenig verschil niet altijd even gemakkelijk, en soms zeer willekeurig is. Er is dus meer noodig om met voldoende zekerheid te kunnen vaststellen, of twee dieren al dan niet tot dezelfde soort moeten gerekend worden. En daartoe dient, in de tweede plaats, de omstandigheid, of zij in den natuurstaat al dan niet met elkander paren. Dieren, die soortelijk van elkander verschillen, doen dit in den regel nimmer, hoeveel overeenkomst zij ook anders mogen bezitten. Het is waar, vele dieren van verschillende, maar zeer verwante soorten kunnen onder elkander paren en bastaarden voortbrengen, b.v. het paard en de ezel, het paard en de quagga, de hond en de wolf, - maar zij doen dit nooit uit vrije verkiezing, immer gedwongen, meestal in getemden of gevangenen toestand en door den mensch daartoe genoodzaakt. - Het verdient daarbij opmerking, dat de bastaarden, geboren uit de vermenging van twee verschillende diersoorten, onder elkander zeer weinig vruchtbaar en zelfs over 't geheel onvruchtbaar zijn. Van de muildieren en muilezels, ofschoon afstammende van twee zeer verwante diersoorten, is dit algemeen bekend; in de oudheid werd het zelfs als iets onnatuurlijks en onheilspellends aangemerkt, als eene muilezelin een jong wierp.

Na deze opmerking, die tot regt verstand van het volgende noodig was, keeren wij tot ons eigenlijk onderwerp, den Neger, terug. Het oorspronkelijk vaderland der Negers is Afrika, dat men rekenen kan van ongeveer 20° N.B. tot 20° Z.B. door negervolken bewoond te zijn. Het noordelijkste gedeelte van dat werelddeel, alsmede het Abyssinische hoogland, wordt bewoond door volken, die, hoewel vaak donker gekleurd, toch tot de Kaukasische verscheidenheid gebragt worden, waartoe ook de Europeanen behooren. Ten zuiden van den 20° Z.B. vindt men de Kafferstammen, en nog zuidelijker de Hottentotten en Boschjesmannen, die met de eigenlijke Negers de Aethiopische verscheidenheid uitmaken, doch waarover wij thans niet spreken. - Uit Afrika zijn de Negers door de Europeanen in Amerika overgebragt. De eerste invoer van op de westkust van Afrika aangekochte Negerslaven in de Spaansche