Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/689

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 269 —

niet kan ontbranden. Proeven hebben geleerd, dat, indien de lucht 115 van dit gas bevat, de vlam zich naar alle zijden in den koker uitbreidt; bij 113 ontbrandt het gas in den koker; bij 16 kan de vlam van de pit niet meer van de gasvlam onderscheiden worden, en bij 13 gaat de vlam uit; de lucht is dan niet meer voor de ademhaling geschikt. De mijnwerker wacht natuurlijk dit oogenblik niet af, maar verwijdert zich zoodra hij aan de vlam van zijne lamp het gevaarlijke gas ontdekt.

De lampen moeten goed onderhouden en het gaas telkens nagezien worden, omdat de grootste ongelukken zouden kunnen gebeuren, indien het slechts op enkele plaatsen doorgebrand was,—de mijnwerker mag zijne lamp nimmer in de mijn opendoen, en in geen sterken luchtstroom hangen.

Sommige deskundigen beweren, dat davy's lamp weinig invloed heeft gehad op het aantal der slagtoffers van de gasontploffingen in de mijnen, ja zelfs dat dit getal tegenwoordig nog grooter dan vroeger is;—zij hebben daarbij echter niet in aanmerking genomen, dat thans mijnen ontgonnen worden, welke vroeger om de sterke gasontwikkeling verlaten zijn geworden, en dat de mijnwerken eene veel grootere uitgebreidheid hebben dan vroeger,—maar bovenal dat de mijnwerkers zich somtijds aan de grootste onvoorzigtigheid schuldig maken, en hunne lampen op gevaarlijke plaatsen openen. Indien het mogelijk ware, de oorzaken van de menigvuldige ongelukken naauwkeurig te kennen, zou het waarschijnlijk blijken, dat de meeste door voorzigtigheid hadden kunnen voorkomen worden. Dat de davy'sche lamp echter in alle omstandigheden een onfeilbaar behoedmiddel zou zijn, is zelfs door den uitvinder niet beweerd.

In Engeland heeft men naar middelen gezocht, om het gas bij zijne intrede in de mijn onschadelijk te maken, doch is daarin tot nu toe niet geslaagd, niettegenstaande de Heer blakemore daarvoor eene premie van £ 1000 heeft uitgeloofd. De verlichting der mijnen door elektrisch licht is ook voorgesteld geworden. Zoo als bekend is, ontstaat dit licht, wanneer een galvanische stroom door twee metalen geleiders stroomt, welke beide in eene kolenspits eindigen en deze spitsen op eenen korten afstand van elkander geplaatst worden; deze