Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/694

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 274 —

zoodra de arbeiders of wagens er door zijn gegaan; indien dit verzuimd wordt, kunnen gevaarlijke ontploffingen daarvan het gevolg zijn, omdat de luchtstroom dan eene verkeerde rigting neemt, en de gevaarlijke gassen zich in die gedeelten der mijn kunnen ophoopen, waar de luchtverversching verstoord is.


Somtijds geraken de steenkolenlagen in de mijnen in brand; hetgeen zeer gevaarlijk voor de mijnwerkers kan zijn, daar de werken dikwijls in de nabijheid der brandende kolenlagen voortgezet worden; deze branden veroorzaken daarenboven groote schade aan de eigenaars.

Op sommige plaatsen ziet men zulke kolenbranden boven den grond; dit is onder anderen het geval bij Duttweiler niet ver van Saarbruck, alwaar hooge rookwolken tusschen de steenlagen opstijgen. Meestal bemerkt men er echter boven den grond weinig van; op enkele plaatsen kan men aan eenen weligen plantengroei of aan het spoedig smelten der gevallen sneeuw zien, dat de bodem eene buitengewone warmte heeft. In het Engelsche graafschap Shafford is een tuin boven eenen kolenbrand aangelegd; de vruchten worden daar zoo spoedig rijp, dat men drie oogsten in het jaar heeft. Sommige dezer branden zouden reeds voor twee eeuwen begonnen zijn; hun ontstaan werd vroeger aan onvoorzigtigheid met vuur toegeschreven, en hoewel dit wel eens het geval zal geweest zijn, zoo ontstaan zij zoo plotseling en breiden zich zoo snel uit, dat zij veelal andere oorzaken moeten gehad hebben. De meeste branden zullen waarschijnlijk door zelfontvlamming der steenkolen zijn ontstaan. Vele steenkolenlagen zijn toch met zwavelijzer vermengd; indien deze stof met de vochtige dampkringslucht in aanraking komt, ontstaat eene scheikundige verbinding van hare bestanddeelen met de zuurstof van de lucht, waarbij eene groote warmte ontwikkeld wordt. Indien nu hoopen fijne kolen met zwavelijzer vermengd, in de mijnen aan den invloed der vochtige lucht blootgesteld zijn, geschiedt die scheikundige verbinding, en de daarbij ontwikkelde warmte kan zoo groot worden, dat de kolen in brand geraken.

Vele kolenbranden in schepen en bergplaatsen kunnen alleen door zelfontvlamming zijn ontstaan, want zonder dat de steenkolen met vuur