Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/701

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 281 —

ligchaam te weeg gebragt zien, dan zette men weder een bierglas of kleine stolp over den toestel; het papiertje draait niet; maar voorzigtig een vlieg onder glas of stolp geschoven, en als het insect boven in die kleine ruimte vliegend zich beweegt, dan krijgt men door die geringe luchtbeweging weder draaijing, en.... de voorstanders van dierlijke magneetkrachtstrooming hebben eene: Vliegen-magnetoskoop.

Het is wel jammer, dat door deze eenvoudige proefnemingen,—waaruit voortvloeit dat de draaijing van het papiertje alleen teweeg gebragt wordt door luchtstroomen,—weder eene illusie voor velen is weggenomen; vooral, nadat ook de aardigheid van den tafeldans, door een enkel welgeschrevene stukje, voor menigeen reeds veel van het wonderbare heeft verloren.

De teleurstelling staat door nog andere gevolgd te worden, wanneer de aardigheid der boekendraaijing zal blijken niet door eenen electrischen of magnetischen stroom, maar alleen door verandering van de rigting der vingers, waarop de sleutel rust, te worden voortgebragt. Immers, wanneer men zorgt, dat de rigting, waarin de vingers tot elkander staan, niet door zijdelingsch afwijken van een der beiden wordt veranderd, dan zal men, zelfs met het taaist volhardend Jobs-geduld, geene draaijing van het boek verkrijgen. En ook de wat meer tijd roovende hoedendans zal voor de proefnemers zijne eindperiode naderen, als hij door eene meer bevoegde hand, welligt in dit Album, eene uiteenzetting zijner oorzaak zal vinden. Voorloopig mogen zij reeds vernemen, dat men, om elke proef te doen mislukken, slechts met zijne pink sterk behoeft te drukken in tegenovergestelde rigting van de beweging, die de tegenpartij onwillekeurig aan den hoed begint mede te deelen.


De inzending dezer weinige regelen aan dit Album, ontstond bij den steller uit den wensch, om zijne landgenooten op te wekken, om, even als hij, een kleingeloovige te worden in alles, wat als wonderbaar, veelal als bovennatuurlijk en uit tot heden onbekende krachten voortvloeijende, wordt voorgesteld. Men leere onbevooroordeeld en naauwkeurig waar te nemen. Daartoe behoeft men veelal