Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/775

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 355 —

de Phoeniciers daaraan haren naam heeft ontleend,[1] De papyrusrollen, in de katacomben van Thebe gevonden, maken het aannemelijk, dat de uitvinding en aanwending van dit papier van vroeger dagteekenen, dan de nederzetting der Grieken in Egypte, onder de regering van psammetichus, tegen het einde van de zevende eeuw vóór onze jaartelling. Dit intusschen blijkt uit de geschiedenis, dat het papier van den Nijl zich meer algemeen heeft verspreid in Griekenland, sedert de komst der Grieken in Egypte. Dit is een van de moeijelijkste gedeelten van de geschiedenis van den papyrus, gelijk het in 't algemeen moeijelijk is om te bepalen, op welk tijdstip eene uitvinding heeft plaats gehad, vooral bij de oude volken. Hoe moeijelijk is dit zelfs niet in onzen tijd, omtrent uitvindingen die van een' betrekkelijk veel korteren tijd dagteekenen. Wat heeft men niet getwist over de plaats en den tijd eener uitvinding, die sedert weinige eeuwen het licht der beschaving alomme deed ontsteken, en waaromtrent men in Europa tot hiertoe tot geen eenstemmig gevoelen is gekomen.

Velen meenen dat zelfs homerus deze plant zou hebben gekend, waaromtrent een aantal geleerde discussiën bestaan, die wij hier met stilzwijgen voorbijgaan. Onder de gewijde schrijvers heeft isaiah gesproken (Hoofdst. XVIII: 2) van dingen van de papier plant. Deze profeet wordt gerekend te zijn opgetreden in het jaar, waarin de Koning uzia gestorven is, alzoo omstreeks 759 jaren vóór Christus geboorte.[2]

In den Pentateuchus (de vijf eerste boeken van het Oude Testament) wordt de papyrus reeds vermeld en aan dit boek wordt een veel hoogere leeftijd toegekend. In een mandje of bootje van papierbiezen aan den oever van den Nijl geplaatst, gelijk het geschiedverhaal luidt, werd het beroemde kind mozesvoor het dreigendste levensgevaar beveiligd. Eenmaal moest hij de groote Wetgever worden van het volk van Israël. In Egypte opgevoed bekend met de gewoonten, kunsten en instellingen van het volk

  1. Herod. V. 58.
  2. Vertoog over de hooge Oudheid van het letterschrift door Mr. s. j. z. wiselius 1810. (Afgedrukt uit de Mnemosyne van h. w. en b. t. tydeman en bodel nyenhuis. I. 1829. p. 1— 50.