Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/78

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 54 —

verzadigd, van de planten geen vocht meer zou kunnen opnemen, dan is dit aan deze laatsten vaak duidelijk zigtbaar. Als de uitwasemende oppervlakte der bladen in hare werking, door welke oorzaak ook, gestoord wordt, dan worden de planten ziek of sterven.

Het slapen der planten is die staat, waarop wij bij den aanvang doelden, en waarbij wij deelen van bloemen of bladen, die anders zijn uitgespreid, naar elkander zien toeneigen of zamenvallen, omdat ze hunne natuurlijke'veêrkracht en zwelling door de sappen missen, die over dag de gevolgen zijn van de werking der zonnestralen. Die planten-slaap is in geen opzigt met dien der dieren te vergelijken.

De barometer wijst ons de veranderingen in de weersgesteldheid aan, nog vóór dat wij die door onze zintuigen gewaar worden. Wij zeggen, dat hij die als t' ware voorspelt. In dien zin doen dit ook sommige planten. Niet alleen toch sluiten zich vele bloemen wanneer het regent, maar er zijn planten, die den regen vooraf voorspellen, in gelijken zin als de barometer dit de veranderingen van het weder doet. Eene soort van goudsbloem (Calendula pluvialis) sluit hare bloemen, en Porliera hygrometrica de bladen, als het zal gaan regenen. Er is warmte en drooge lucht noodig, die ze doet aanzwellen en sterk uitdampen, om de natuurlijke zwelling te behouden. De vochtigheid, welke reeds in betrokken of benevelde lucht is, die den regen voorafgaat, doet de deelen zamenvallen, waaraan de natuurlijke prikkel ontbreekt. Dit en de zoogenaamde slaap der planten zijn dusgenaamde hygrometrische verschijnsels.

Als de verdamping wordt gestoord, dan wordt de plant ziek, niettegenstaande den aanvoer van voedende stoffen door den wortel. Dit is door ondervinding en proefneming gebleken. Als men bladen met vernis of andere vreemde stoffen bestrijkt, die de uitwaseming storen, dan sterft de plant; want de oppervlakte kan niet meer werkzaam zijn.

In Julij 1845 vertoonde zich in een der meest algemeen gebruikte voedingsgewassen, de aardappelplant, eene te voren misschien niet ongekende ziekte, maar in eenen schrikbarenden graad. Akkers, die nog kort te voren welig hadden gestaan, toonden slechts