Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/797

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 377 —

gemiddelde uitkomst, dat de koningin drie of vier jaren oud kan worden.

Hommels of darren, worden niet in den korf gevonden, wanneer de koningin in de lente een begin maakt met eijeren te leggen. Elke hommel is in den vorigen herfst door de werkbijen meêdoogenloos gedood of uit den korf verdreven. Wij kunnen dus de geboorte der hommels met naauwkeurigheid opgeven, daar zij eerst in Mei, of het vroegst in het eind van April, 't geen slechts zelden het geval is, in de korven worden waargenomen. Er wordt nog broedsel van hommels (maskers of larven) tot in Augustus gezien. In September worden de hommels gedood. Hun leven duurt dus vijf, of, voor die, welke later geboren zijn, slechts vier of zelfs niet meer dan twee maanden. Doch dit is slechts de tijd, die hun door de werkbijen tot leven vergund wordt; en dat de hommels langer zouden kunnen leven, zoo de werkbijen hen niet ombragten, blijkt daaruit, dat de hommels in eenen korf nog lang na September blijven, wanneer door een of ander toeval de koningin onbevrucht bleef, 't geen meer gewoon is bij eenen nazwerm. Deze omstandigheid zelve echter, dat zij in den korf blijven, ontneemt ons het middel om den levensduur van de hommels uit te maken; want daar de bijenstok door de onvruchtbaarheid der koningin in eenen onnatuurlijken toestand verkeert, verkwijnt hij, en hommels zoowel als werkbijen sterven in December of somtijds in Januarij, waardoor het tooneel onzer waarnemingen gesloten wordt. Daar echter in dit geval de hommels even lang leven als de werkbijen, meent de schrijver te mogen opmaken, dat de natuurlijke levensduur der eersten met dien der laatsten zou overeenkomen.

Wat eindelijk den tijd betreft, tot welken het leven der werkbijen bepaald is, wij hebben boven van de proeven van reaumur gesproken. Nadat deze onvermoeide waarnemer bijen door een waterbad bedwelmd had, teekende hij er een vijfhonderdtal met een rood lakvernis op het borststuk. Deze proef werd in April genomen. Hij herkende deze aldus geteekende bijen in de volgende maanden, wanneer zij den korf verlaten hadden om honig te garen; maar in November vond hij er niet eene enkele meer in zijne