Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/803

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 383 —

werd ingenomen. Telkens wanneer een der uitgedanste mannetjes terugkeerde werd dit door een applaudissement der wijfjes begroet. Tegen mijn' zin schoot thans een onzer Indianen, die bijzonder gesteld zijn op de vederen van deze vogels, op het vrolijke gezelschap, waarvan er vier verwond op de plaats bleven liggen. Anders schieten deze ze meest met hunne blaasroeren en kunnen er dan velen achtereenvolgens dooden, daar deze vogels, als zij eens hunne dans-partij hebben aangevangen, zoo zeer daardoor worden bezig gehouden, dat zij dit niet eens bespeuren."

Dr. v. H. 
 

 

MERKWAARDIG WINDVERSCHIJNSEL.


Het is bekend, dat de wind in de bovenlucht dikwerf eene andere rigting heeft, dan die, welke in de lagere luchtlagen wordt waargenomen; eveneens, dat er een groot onderscheid kan bestaan tusschen de snelheden der winden in de boven- en benedenlucht, vooral bij stormachtig weder of bij het ronddrijven van donderbuijen.

Zeldzaam echter is een verschijnsel van volkomen windstilte tot op eenen kleinen afstand boven den grond, met een' stevig daarboven waaijenden wind, zooals door den Heer Bonnet in 1850, op eene reis van Bourdeaux naar Buenos Ayros, werd waargenomen.

Met het schip Lion, waarop hij gezagvoerder was, aan de monding van de Plata-rivier gekomen zijnde, heerschte er op het dek en het ondergedeelte der masten tot ongeveer de groote mars eene volkomene windstilte, maar in de bramzeilen woei eene stevige bries, zoodat de boven-bramzeilen moesten geborgen worden.

De hemel was onbewolkt, maar dampig, en de horizon vertoonde eene sterke opdoeming. De zee was spiegelglad, maar in het bovenwant floot de wind, hetgeen een vreemd schouwspel opleverde. Dit verschijnsel bleef gedurende drie dagen van den 10den tot den 12den Julij 1850 aanhouden.