Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/111

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

DE UITBARSTING VAN DEN MAUNA LOA

IN 1852.

 

 

Van den 17den Februarij tot den 9den Maart 1852 waren de bewoners van het eiland Hawaiï getuigen van een schouwspel, zoo verheven en grootsch, als welligt immer door menschelijke oogen aanschouwd is, van eene uitbarsting van den Mauna Loa, die in schrikwekkende schoonheid en verhevene pracht alles te boven ging, wat wij uit vroegere beschrijvingen der uitbarstingen van vulkanen weten. Alvorens wij echter trachten uit de in de Noord-Amerikaansche dagbladen en wetenschappelijke tijdschriften verschenen berigten diegene te kiezen, waardoor de lezers van dit Album zich het best een denkbeeld kunnen vormen van dit treffende natuurverschijnsel, zal het niet ongepast zijn iets te laten voorafgaan over de Sandwich-eilanden in het algemeen en meer bepaald over het grootste dier eilanden, Hawaiï, en zijne vulkanen.

 

 

Midden in den oceaan, welke de westkust van Noord-Amerika van de oostkust van Azië scheidt, ligt tusschen omstreeks 19° en ruim 22° N.Br. en 155° en 160° W.L. de Sandwich-archipel, bestaande uit dertien eilanden, waarvan sommige echter slechts eenen geringen omvang hebben. Eenige verheffen zich ter naauwernood boven de zeeoppervlakte, en hun bodem is het voortbrengsel der nimmer rustende werkzaamheid van koraaldiertjes of polypen, andere daarentegen zijn uit de diepte der zee opgerezen, ten gevolge der werking van vulkanische krachten, waarvan hunne oppervlakte ook thans nog het tooneel is. Tot deze laatsten behoort