Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/110

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

DE REGENACHTIGSTE PLEK DER AARDE.

 

 

Doorgaans meent men dat ons vaderland tot die landen behoort, waar de meeste regen valt. Dit is echter geheel onjuist. Gemiddeld valt hier te lande jaarlijks zooveel regen, dat, indien al het uit de wolken nedergevallen water op den bodem staan bleef, dit na verloop van een jaar ongeveer drie vierde van een Ned. el zoude bedragen. Reeds in Europa zijn er vele streken, waar de hoeveelheid regen veel meer bedraagt; doch vooral zijn het de tusschen de keerkringen gelegen gewesten, waar de hoeveelheid van den gevallen regen aanzienlijk grooter is. Onder alle gedeelten der aardoppervlakte, waar onderzoekingen over den gevallen regen zijn in het werk gesteld, is er echter geen waar de hoeveelheid zoo groot is als te Cherraponjie, eene plaats, gelegen op de hoogte van 4500 Eng. voeten (1872 Ned. el), aan de Zuidelijke helling van het Cossya-gebergte in Arracan (Bengale). Volgens mededeeling van den kolonel sykes, in de vergadering der British Association in 1852, bedroeg de aldaar in het vorige jaar gevallen regen 610,35 Eng. duim, of 15,5 Ned. el, dat is ruim 20 maal zooveel als hier te lande. Deze verbazende hoeveelheid regen viel grootendeels in het tijdperk van Mei tot September. Alleen in de maand Junij bedroeg zij 147,20 Eng. duim of 3,74 Ned. el, dat is ongeveer 5 malen zooveel als hier in een geheel jaar valt.

Hg. 
 

 

.