Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/109

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 95 —

door dezelfde oorzaak (namelijk de opneming van zuurstof uit den dampkring) warmte; iets, waarvan men zich gemakkelijk kan overtuigen door de vrij sterke warmte te voelen, die zich in een hoop moutend (dat is, ontkiemend) graan ontwikkelt. Mag men ook hierbij niet aannemen, dat deze aldus zich ontwikkelende warmte bij de jeugdige plant de opneming van vochten en de geheele voeding en groei aanmerkelijk bevordert?

Bij de ontbinding van stroo, bladeren enz, en van dierlijke uitwerpselen vormt zich mede warmte door de opneming van zuurstof uit den dampkring. Vandaar het broeijen van den mest. Vandaar ook dat pas bemeste gronden warmer zijn en alzoo krachtiger en sneller den plantengroei bevorderen dan onbemeste gronden. Maar diezelfde warmte doet ook hier nut door de ontbinding verder te bevorderen en het, tot onmiddellijk plantenvoedsel ongeschikte, stroo, blad enz. te doen verteren en tot bruikbare aarde om te scheppen, waardoor weder op nieuw plantaardige deelen en hierdoor ook dierlijke deelen ontstaan, en de schoone omloop aller stoffen in de natuur alzoo krachtdadig bevorderd wordt.


v. H.