Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/108

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

BLOEMEN ONDER DE SNEEUW.

 

 

Dr. lortet heeft in de Annales de la societé d'Agriculture van Lyon, de opmerking medegedeeld, dat, als de Soldanella alpina onder de sneeuw bloeit, zij van eene volkomene uitholling in de sneeuw omgeven is. Welligt is dit te verklaren uit de eigene warmte die zich in de bloemen van onderscheidene gewassen ontwikkelt, en welke onder anderen in de bloem der in dit opzigt zoo beroemde Colocasia odora, eene soort van Aronskelk, soms 16° F. van de warmte der overige deelen derzelfde plant verschilt.

Voorbeelden dat bloemen dikwijls meer koude kunnen verdragen, dan men oppervlakkig zoude meenen, worden onder anderen medegedeeld in de Physiologie végétale van decandolle II. p. 877. Deze zag sneeuwklokjes (Galanthus nivalis) geheel van ijs omsloten, zonder dat hunne bloemen daarvan schenen te lijden. De Hazelaar bloeit in Februarij en Maart [1], en verdraagt, volgens heritier, tot 6° C. vorst, zonder daarvan nadeel te ondervinden. Senebier zag bloemen van groote boonen in het najaar aan eene koude van 5° C. vorst, zonder nadeel, blootgesteld. Het winter-hoefblad (Tussilago alba? v H.) verdraagt tot 8° C. vorst.

Mag men niet aannemen, dat de warmte, die zich in de bloemen alzoo ontwikkelt, voor hare verrigtingen nuttig is door haar, eenigermate althans, voor de koude te beschermen?

Ook bij de ontkieming der zaden ontwikkelt zich waarschijnlijk

  1. In den Hortus te Groningen zag ik de St. Lamberts Hazelaar (Corylus tubulosa) reeds op 5 Januarij 1853 met geheel geopende mannelijke bloemkatjes.