Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/145

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 131 —

aanhoudend met zich mede, om haar of als eene mat te gebruiken, of er zich met zorg in te wikkelen. Frederick cuvier verhaalt, dat de Orang-oetan van den Jardin des Plantes eenen knoop wist los te maken, waardoor een touw, waaraan hij slingerde, was ingekort, ten einde hem hierdoor het bereiken van den grendel eener deur te beletten. Hij had zulks eerst beproefd, door onder den knoop aan het touw te trekken; maar toen hij merkte, dat zijne ligchaamszwaarte daartegen een beletsel was, klom hij boven dien knoop, om hem aldus los te maken. Iets dergelijks heb ik ook opgemerkt bij een der Orang-oetans van den Zoölogischen tuin te Amsterdam. Men had eene openstaande deur vastgebonden met een touw dubbel toegeknoopt. Hetzij nu dat de luchtstroom, door deze deur heengaande, hem hinderde, het zij dat hij zich verveelde, hij wilde de deur sluiten; toen hij in zijne poging daartoe bemerkte van welken aard de hindernis was, begon hij met eenen knoop los te maken, en voorts met de deur zoodanig te slingeren, dat ook de tweede knoop van zelven losliet. Men verhaalt van een jongen Orang-oetan, die met eenen sleutel het slot van zijnen ketting opende, en, toen men hem dezen wegnam, dit met een stuk hout trachtte te doen. Men zegt dat hij zelfs eenmaal eene kram met een er onder geschoven spijker heeft pogen uit te trekken.

Deze graad van intellectueele ontwikkeling schijnt hem echter slechts in jeugdigen leeftijd eigen te wezen, en hij blijft zelfs in lateren tijd daarop niet staan, maar schijnt veeleer terug te gaan. In het aanleeren van kunsten vertoont hij daarom ook geene grootere vaardigheid dan de Elephant, het paard, de hond enz. Het drinken toch uit een glas, het eten van een bord met lepel en vork staan in vele opzigten gelijk met de kunstverrigtingen van Elephant en paard, onder den naam van gastronomen in de eene of andere cirque bekend. En wat meer zegt, leest men het verhaal dat s. muller gaf van eenen ouden mannelijken Orang-oetan, vier voet lang, welken hij op Borneo zelf meer dan eene maand lang in leven hield, dan komt men tot de overtuiging, dat werkelijk de verstandelijke vermogens van den Orang-oetan door leeftijd afnemen. Dit volwassen dier toch bleef wild, ongenaakbaar, valsch en boosaardig. Hoe-