Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/211

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 197 —

die hier te lande, zonder voet of sterrekundige oogbuis, voor den prijs van veertig guldens kan worden verkregen. Ik had herhaaldelijk kleine kijkers van andere werkplaatsen onderzocht, maar telkens bevonden, dat zij, hoezeer gewoonlijk slechts weinig minder kostbaar, zeer aanmerkelijk in vermogen voor die uit München moesten onderdoen, en bij de gedachte, dat de genoemde zakkijker uit München nog met eene sterrekundige oogbuis en een voetje moest worden toegerust, om voor de beschouwing der hemellichten bruikbaar te zijn, was ik geenszins ingenomen met den prijs van het minste der hulpmiddelen voor eene meer naauwkeurige beschouwing der hemellichten, dat ik meende te kunnen aanbevelen.

In de nieuwe uitgave van mijne Beschrijving en Afbeelding van den Sterrenhemel, welke in het begin des vorigen jaars in het licht verschenen is, heb ik melding gemaakt van eene soort van zakkijkers, die onvergelijkelijk minder kostbaar zijn dan die uit München, en boven deze, voor de beschouwing der hemellichten, de voorkeur verdienen. Kort te voren waren mij eenige dier kijkers ter bezigtiging toegezonden door den heer p.j. kipp, Apothecar te Delft, die een magazijn van optische werktuigen heeft, en toen reeds, hier te lande, een groot aantal dier kijkers had verkocht. Zij waren herkomstig van eene fabriek, toebehoorende aan de heeren Gebr. molteni te Parijs, wier naam ik toen nog nimmer had hooren noemen, en, gelijk mij gebleken is, ook later zelfs bij de sterrekundigen te Parijs niet bekend was. Die kijkers waren aanmerkelijk grooter en hadden een schooner uiterlijk voorkomen dan de zakkijkers uit München, die bij den Heer kipp op 40 guldens komen te staan, en werden door hem voor den prijs van 14 guldens afgeleverd. Alleen om dien ongelooflijk lagen prijs had ik deze kijkers aanvankelijk de moeite van een ernstig onderzoek niet waardig gekeurd; maar toen ik eenmaal tot dat onderzoek was overgegaan, verrastte het mij niet weinig, dat zij, ook in vermogen, de evengenoemde kijkers uit München zeer merkbaar overtroffen. Bij de nieuwe uitgave van mijne Beschrijving en Afbeelding van den Sterrenhemel heb ik, omtrent de kijkers van molteni, de inlichtingen gegeven, die ik toen geven kon, en daar zij beloofden algemeene sleutels tot de