Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/253

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 239 —

den bliksemstraal, in de vroeger aangehaalde voorbeelden, als oogenblikkelijk tot ons, en het geluid eerst later.

Behalve in snelheid zijn de aethergolven van die der lucht vooral in lengte en duur onderscheiden. De slingeringen van de aetherdeelen grijpen namelijk plaats loodregt op de lichtstralen, dat is in rigtingen, die de lijnen loodregt kruisen, welke men zich, van de lichtbron af, in alle mogelijke rigtingen kan verbeelden getrokken te zijn. Eene licht-aethergolf heeft ongeveer de lengte van nog geen 6 tienduizendste deelen eener streep; door deze ruimte slingert dus het aetherdeeltje, en maakt in eene seconde ten naasten bij 430 billioenen trillingen of heen- en wedergangen. In eene lengte-uitgebreidheid, gelijk aan de dikte van gewoon postpapier, kunnen er dus gelijktijdig 150 aethergolven plaats grijpen. Met zulk eene vatbaarheid heeft de Schepper den menschelijken geest toegerust, dat het hem mogelijk is geweest, om die ondenkbaar kleine bewegingen of korte tijddeelen te meten. Het is zoo, wij eindige, gebrekkige wezens kunnen de volmaaktheden van den Schepper in het geschapene niet volkomen inzien, maar zooveel is zeker, dat bovenstaande beschouwingen tot het bestaan eener wijsheid doen besluiten, die ons gemoed tot vereering en aanbidding stemt.

De zoo even genoemde onbegrijpelijke snelheid van het licht heeft betrekking op zijne voortplanting in de aetherdeelen zelven, zoo als die de wereldruimte vullen. De aether, in de vaste en druipbare vloeistoffen aanwezig, plant het licht minder snel voort. In water en glas bij voorbeeld ondervindt het licht eenige vertraging. Men moet al weder daarin de vindingrijkheid van den mensch bewonderen, dat het hem heeft mogen gelukken, om bij zulk eene verbazende snelheid, het verschil in den tijd te meten, dien het licht noodig heeft, om gelijke, en wel slechts eenige ellen lange afstanden in lucht en water of glas af te leggen.

De snelheid van het licht geeft een middel aan de hand, om den minkundigen zich een flaauw denkbeeld te doen vormen van den grooten afstand, die de hemelligchamen van onze aarde afscheidt. Immers het licht, dat van de maan af in ééne seconde, en van de zon in 8 min. en 13 sec. onze aarde bereikt, heeft van