Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/254

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 240 —

de naastbij gelegene vaste ster daartoe vierdehalf jaar noodig. De vaste sterren zouden dus verschijnselen kunnen opleveren, die ons eerst na jaren door het licht werden verkondigd.

Wanneer er op de boven beschrevene wijze aethergolven, en daardoor lichtverschijnselen, zijn opgewekt, worden deze golven, even als bij het geluid is aangegeven, voortdurend verder voortgeplant; zij bereiken eindelijk het oog, en doen het, in het achterste gedeelte daarvan liggende netvlies medetrillen, terwijl de gezigtszenuwen waarschijnlijk die aandoening op gelijksoortige wijze naar de hersenen overvoeren, als bij het gehoorvlies ten aanzien van de luchtgolven is vermeld. Ten einde zulke onbegrijpelijk kleine bewegingen in ons tot bewustheid te brengen, is het oog veel zamengestelder bewerktuigd dan het oor. Is het zintuig des gehoors in fijnheid verre boven den smaak verheven, veel fijner dan het gehoor is de bewerktuiging van het gezigt. Het volgende zal tot bevestiging daarvan kunnen dienen.

Indien een donker ligchaam, dat is een, dat uit zich zelven geen licht geeft, anders gezegd, dat den aether niet onmiddelijk in beweging kan brengen, door de aethergolven, die het lichtgevend ligchaam heeft doen ontstaan, wordt bereikt, kaatst dit donkere voorwerp de aethertrillingen in alle rigtingen, van al de deelen zijner oppervlakte terug; daardoor is het, alsof het nu zelf lichtgevend is geworden; een treffend voorbeeld hiervan vinden wij in de maan, die met het van de zon ontvangene licht onze aarde bestraalt. Indien nu de aethergolven, die van de oppervlakte van het vroeger donkere ligchaam worden teruggekaatst, toegang tot het oog verkrijgen, wordt er achter in het oog, op het netvlies, een afbeeldsel van het verlichte ligchaam gevormd, zoo naauwkeurig en juist, dat geene menschelijke hand immer de vaardigheid zal bereiken, om die teekening in de verte zelfs na te volgen. Eene geheele landstreek, die wij overzien, wordt door het licht, dat al hare deelen afzenden, tot in de kleinste bijzonderheden op het netvlies geteekend, even als door eene bolle lens of een vergrootglas, dat op een' bepaalden afstand van een' niet sterk verlichten witten muur of een blad wit papier wordt gehouden, de goed verlichte voorwerpen op die witte