Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/255

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 241 —

vlakken worden afgebeeld. In het oog wordt derhalve ook als het ware aan de waarneming een zekere vorm gegeven, die in onzen' geest een' rijkdom van denkbeelden, eene werkzaamheid opwekt, die weder verre verheven is boven die van het gehoor.

De aethergolven hebben, zoo min als die der lucht, altijd dezelfde lengte; niet te min worden zij, gelijk onderscheidene toonen, met gelijke snelheid tot ons gevoerd. Zagen wij, dat een verschil in de lengte der luchtgolven ook een verschil in de waarneming, door ons gehoorwerktuig verkregen, veroorzaakte, met andere woorden, ontstonden daardoor onderscheidene toonen, iets dergelijks heeft er plaats bij het licht. Zijn de aethertrillingen verschillend in lengte, dan is ook de indruk, welken het oog er door ontvangt, verschillend; dien indruk geven wij te kennen, door het noemen van zekere kleur. De kleuren vervangen derhalve hier de plaats van de toonen. Elke kleur heeft haar eigen stelsel van aethergolven. Bij rood licht zijn zij het langste, en herhalen zich dus in ééne seconde het minste aantal malen. Het rood is alzoo de laagste lichttoon, dien het oog waarneemt; dan volgt in snelheid het oranje, en zoo achtereenvolgend het geel, groen, blaauw, donkerblaauw en violet. De laatstgenoemde kleur maakt bijna tweemaal zooveel trillingen in elke seconde als het rood. Zij kan den hoogsten lichttoon voorstellen.

Wij herkennen in deze zeven kleuren die, welke ons zoo vaak bij het beschouwen van den regenboog in verrukking brengen. Drie hoofdkleuren trekken in die reeks bijzonder onze aandacht, en wel het rood, geel en blaauw. Immers men bemerkt in de bovenstaande rij, dat oranje door vereeniging van rood en geel, groen door geel en blaauw wordt voortgebragt, en dat bij de beide in de reeks laatstgenoemde kleuren het blaauw de boventoon heeft. Het gewone zonnelicht bevat de zeven genoemde kleuren altijd vereenigd in zich. Het gelukte den grooten natuurkundigen newton het eerst, om het witte licht in al die enkelvoudige kleuren te scheiden. De licht-aethergolven dragen dus de vatbaarheid met zich, om de ligchamen, die ons omringen, die verscheidenheid van kleuren te geven, wier waarneming onzen geest zoo vaak levendig houdt en zooveel bijdraagt, om ons het verblijf op aarde aangenaam te maken.