Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/294

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 280 —

gedeelte van den dag opsluiten; hoe menigmaal ben ik bij schoolbezoeken, bij het openen der schooldeur teruggestooten geworden door den walgelijken reuk, die mij toestroomde uit een schoolvertrek gevuld met 200 à 300 kinderen, terwijl de ruimte naauwelijks groot genoeg was om een 20 à 30tal kinderen gedurende weinige uren te bevatten.

Doch genoeg; ik zoude te veel van de aandacht mijner lezers vergen, indien ik met hen nog de zalen der ziekenhuizen, de slaapkamers der kazernen, en de opgevulde tooneel-, concert- en societeitszalen wilde nagaan. De mededeeling van een paar uit de menigte sterk sprekende feiten, zal voldoende zijn om den ongeloovigste tot overtuiging te brengen.

In de kazerne te Versailles heeft men tusschen 1843 en 1849 in September ieder jaar eene verschrikkelijke typhus - epidemie waargenomen, die ongeveer acht dagen voor de komst aldaar van den koning een aanvang nam; in de stad zelve echter bleef de gezondheidstoestand geheel normaal; welke mag wel de oorzaak dier epidemie geweest zijn? Vreugde of angst over de komst van den koning, of wel de komst van ongeveer 1200 man in de kazerne, die gewoonlijk slechts door 300 manschappen werd bewoond en ook voor dat getal was gebouwd?

Daar de lucht voor dieren even onmisbaar is als voor den mensch, mag het volgende te Londen gebeurde feit hier zijne plaats vinden. Aldaar bevond zich eene collectie van 60 apen, die allen zeer gezond en vrolijk waren. Men vreesde echter dat de koude hun schaden zou, en bouwde daarom een heerlijk mooi en verwarmd apenpaleis, zorg dragende dat alle openingen tegen de togt goed gesloten waren. De 60 apen betrokken hunne nieuwe woning, maar reeds spoedig verkwijnden allen en binnen de maand stierven vijftig: een deskundige, daarover geraadpleegd, liet door eene menigte openingen eene goede luchtverversching aanbrengen, en de tien overige apen herkregen spoedig hunne vroegere gezondheid en vrolijkheid. Onze Amsterdamsche Zoölogische tuin heeft helaas dit feit herhaaldelijk bevestigd gevonden.

Ik behoef, vertrouw ik, hier niets bij te voegen; deze feiten