Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/322

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 308 —

in de vochtige duisternis tot een papierachtig bekleedsel, dat langs de planken en balken heenkruipt, zich door de kleinste gaatjes heenwringt en alles weldra in onzamenhangend poeder verandert, terwijl zij de lucht verpest door haar vuilen stank.

De Hoed- en Buik-paddestoelen, die door hunne meer bepaalde vormen en hoogere ontwikkeling de eer der duistere familie trachten op te houden, maken toch met al hunne verwaandheid eene afzigtelijke vertooning. Reeds in onze jeugd zien wij ze met een oog van afkeer aan en zeggen tot elkaar, dat zij vergiftig zijn. Want al wisten wij niets van de eigenschappen der paddestoelen, dan nog zou hun aanzien alleen voldoende zijn om ons voor immer te waarschuwen tegen eene onnatuurlijke spijs, die meer den dood dan de gezondheid heeft in de hand gewerkt.

De laagste vorm der zwammen zijn de schimmels, die slechts uit weinige los zamenhangende celletjes bestaan. Vocht en duisternis zijn de voornaamste oorzaken, die het ontwikkelen van de schimmel begunstigen; bedorven, gistende en rottende stoffen zijn hare woonplaats. Sommigen verspreiden in het duister een lichtenden glans, andere prijken met schoone kleuren. Oudbakken brood, vochtig papier, stilstaande laarzen, oude kaas, bedorven vleesch, dat alles is spoedig bedekt met eene digte laag van plantjes: het beschimmelt.

Maar duisternis en verrotting zijn niet voor den groei van alle schimmels noodzakelijk, want sommige soorten ontkiemen op de bladen van levende en gezonde planten, waarop nog geen bederf te vinden is. Dit zijn de eigenlijke woekerschimmels, de oorzaken van de meeste ziekten in de kultuurplanten.

Onzigtbaar drijven in den warmen vochtigen zomer wolken van kiemkorrels door de lucht en over onze akkers; een regenbui slaat ze neer op de nog welige en groene bladen en spruiten, en binnen weinige dagen heeft zich de ziekte geopenbaard. De kiemkorrels ontwikkelen zich tot zwamvlokken (Mycelium), die als een digt spinnenweb de oppervlakte der bladen bedekken, de poriën verstoppen, de uitwaseming en dus ook de stofwisseling in de plant belemmeren en spoedig eene massa van kleine schimmelplantjes doen