Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/324

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 310 —

planten-epidemiën, dan zou immers het middel tegen die ziekten voor de hand liggen, dan zou onze wetenschappelijke eeuw ze reeds lang door eene verbeterde en minder overdrevene wijze van bemesting van den aardbodem verdreven hebben. En juist zien wij, dat geen middel, geene wetenschap op deze wijze iets gebaat heeft. Alleen dan, wanneer men door juist gekozen middelen enkel op het verdelgen van de woekerschimmèls gewerkt heeft, zijn de proefnemingen meestal met den besten uitslag bekroond geworden; zoo heeft onder anderen de loog van houtasch, die ook met vrucht tegen onze huiszwam wordt aangewend, in de druivenziekte goede diensten bewezen[1]). Ook indien het middel, dat nu onlangs uit Rusland ons is aanbevolen ter wering van de aardappelziekte, doeltreffend blijkt te zijn, vinden wij daarin een nieuw bewijs, dat de woekerschimmels oorzaak van die ziekte zijn. Dit middel toch bestaat eenvoudig in het verwarmen der aardappelen voor zij gepoot worden. Een zekere graad van drooge warmte moet namelijk de zwamvlokken, die zich reeds in den aardappel bevinden, vernielen, zonder daarom aan den aardappel zelven eenig nadeel te doen.

Het is verkeerd, te vooronderstellen, dat de aardappels en druiven door de kultuur vertroeteld en verwend en daardoor vatbaarder voor de ziekten zouden zijn.—Die vooronderstelling ging zoo ver, om de kultuurplanten te vergelijken met den mensch, die zijne maag overladen heeft, en daardoor in guur en vochtig weder of togt eer blootgesteld is aan catarrhale ongesteldheden, dan hij die matig is in eten en drinken; doch iedere vergelijking tusschen den mensch en de geheel anders georganiseerde en geheel anders levende planten is valsch, en niet overeenkomstig met de waarheden, die de physiologie aan het licht brengt. De in het wild groeijende planten toch, die dikwijls den armelijksten bodem tot standplaats hebben, worden evenzeer door woekerschimmels aangetast als de kultuurplanten, maar daar zij van minder belang voor den mensch zijn, wordt dit ook minder opgemerkt. Uredo, Moederkoorn en andere woekerschimmels worden op vele wilde planten aangetroffen;

  1. Botanische Zeitung 1853. p. 662.