Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/346

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 382 —

Deze vogels schijnen voornamelijk de vlakten in de nabijheid der zee te beminnen. Zij zwemmen niet zelden over breede rivieren of naar de aan de zeekust gelegene eilanden. De eijeren zijn slechts weinig kleiner dan die van den gewonen Nandoe, maar hunne kleur is meer in het blaauwachtige trekkende.

Wij zullen nu over de Kasuarissen handelen.

DE KASUARISSEN.
(Casuarius).

De beide soorten, welke tot nog toe van dit geslacht bekend werden, hebben, ofschoon zij onderling veelvuldig afwijken, in hare dubbele vederen, een gemeenschappelijk kenmerk, waardoor zij zich van alle overige struisachtige vogels onderscheiden. Hare pooten zijn, even als bij de Amerikaansche struizen, ieder met drie teen en voorzien; haar staart is zonder eigenlijke vederen en overdekt door de lange vederen van den stuit. Vleugels en bek zijn bij beide soorten zeer verschillend gevormd. Zij worden op het vaste land van Australië, de Moluksche eilanden en Nieuw-Guinea aangetroffen.

De soort, welke het meest de struizen nadert is: DE KASUARIS VAN AUSTRALIË. (Casuarius Novae Hollandiae). Kasuaris van Australië

De Kasuaris van Nieuw-Holland, door de hedendaagsche natuurkundigen onder eigen geslacht, Dromaius, geplaatst, wordt tegenwoordig algemeen met den naam van Emeu bestempeld: een