Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/368

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 354 —

er, die beweren, dat zulk een rattenkruid-gebruik de arbeiders in arsenik-bergwerken voor den schadelijken invloed van hun beroep beveiligen kan. Indien echter de rattenkruid-eters om de eene of andere reden zich eenigen tijd lang van het gebruik van rattenkruid onthouden, dan vertoonen zich verschijnselen, die de grootste overeenkomst hebben met ligte graden van rattenkruids-vergiftiging, en waartegen slechts één middel helpt, te weten het onverwijlde terugkeeren tot de oude gewoonte. Het eenige, waardoor het rattenkruid-eten zich meestal doet kennen, is eene eigenaardige schorre of heesche stem. Ook bij dieren wordt het rattenkruid niet zelden aangewend. Zoo maken de stalknechts te Weenen, en vooral de koetsiers van aanzienlijke personen, daarvan voor hunne paarden een zeer uitgestrekt gebruik. Zij dienen het dezen in verschillende hoeveelheden en op onderscheidene wijze, doch altijd bij eene wassende maan toe, welk tijdstip de meeste rattenkruid-eters insgelijks voor het geschiktste achten,—en hier van daan het glanzige, schoone ronde aanzien der meeste wagenpaarden in Weenen; ook het zoo zeer gewilde schuimen wordt er door bevorderd, dewijl het rattenkruid de afscheiding van het speeksel vermeerdert. In bergstreken geeft men vrij algemeen in de laatste portie voeder eene gift rattenkruid, wanneer de paarden zware vrachten tegen steile hoogten moeten optrekken. Men gaat zoo jaren lang voort zonder eenig nadeel; doch indien zulk een paard in handen komt van iemand, die geen rattenkruid geeft, dan wordt het mager, verliest zijne vrolijkheid, wordt mat, en kan zelfs door het overvloedigste voeder zijn vroeger aanzien niet terugkrijgen.—Minder algemeen wordt aan het rundvee rattenkruid gegeven, en dan nog alleen aan mestossen en kalveren. De omvang des diers wordt daardoor zeer vermeerderd, doch het gewigt naar evenredigheid niet. Daarom koopen de slagters zulke ossen zelden op het uiterlijk aanzien. Zoowel in Stiermark als ook in Oostenrijk is menige landeigenaar ten gevolge van deze praktijk onder den naam van "Hidribauer" (Rattenkruidboer) bekend.

L.