Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/388

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 374 —

molenaar; men kan dit dier beschouwen als den grondvorm aan te bieden van de geheele orde der Coleoptera of Schildvleugelige insekten, eene orde, waarvan thans meer dan veertigduizend soorten bekend zijn. Veertigduizend soorten! Welk eene verscheidenheid! Maar zij komt de natuur op weinig kosten te staan; want het zijn slechts betrekkelijk ligte wijzigingen van den grondvorm des meikevers, welke aan die veertigduizend verscheidenheden ten grondslag liggen, waarbij diezelfde grondvorm in zijne wezenlijkste eigenschappen geheel behouden wordt en onveranderd blijft. Ja, wanneer wij elke der tien orden, waaruit de klasse der Insekten bestaat, beschouwen en onderling vergelijken, dan blijkt het, dat alle Insekten volgens een' algemeenen typus gevormd zijn, en dat het de natuur gelukt is, naar een' enkelen eersten en algemeenen grondvorm meer dan honderdduizend verschillende insektensoorten te vormen, wier onderling verschil alleen berust op zekere bijzonderheden in de uitvoering van een en hetzelfde algemeene plan, dat aan de vorming van allen ten grondslag ligt.

Datzelfde beginsel van spaarzaamheid nu houdt de natuur, zoo lang zij kan, ook bij de verdeeling van den arbeid en de vorming van eigene organen voor bijzondere verrigtingen in het oog, en alzoo is het verschil in volkomenheid der dieren, die den voornamen grond uitmaakt van hunne verscheidenheid, tevens ondergeschikt aan het beginsel der spaarzaamheid.

Wanneer toch eene verrigting, in eene reeks van al volkomener en volkomener wordende dieren, zich begint te localiseren, dan wordt zij eerst uitgeoefend door een deel, dat reeds bij de lagere soorten bestaat, en hetgeen nu in zijn maaksel slechts zooveel gewijzigd wordt, dat het zijne nieuwe verrigting, tevens met zijne oorspronkelijke, uitoefenen kan. Hooger op vinden wij wel een afzonderlijk orgaan voor die verrigting, maar dat orgaan is eigenlijk in den grond toch nog een reeds vroeger bestaand deel, dat echter nu zoo sterk gewijzigd is, dat het alleen tot die verrigting, en niet meer tot zijne vroegere, oorspronkelijke, dienen kan. En het is niet, dan nadat de natuur haren voorraad van dergelijke hulpmiddelen als uitgeput heeft, of wanneer het haar, om mij zoo eens uit te