Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/411

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 3 —

hij ook na zijn aftreden als zoodanig nog tot aan zijnen dood toe lid der direktie daarvan bleef. In 1853 werd hem de meer belangrijke betrekking opgedragen van Algemeen Secretaris van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap, waarbij hij in zich de beide betrekkingen vereenigde, die vroeger afzonderlijk door zijnen overleden schoonvader numan en door den heer van marle vervuld werden; en nog in het loopende jaar, weinige weken voor zijnen dood, werd hij door den stedelijken raad benoemd tot lid en thesorier der Plaatselijke Schoolcommissie. Van alle de vaak lastige en raoeijelijke pligten aan deze verschillende betrekkingen verbonden, kweet hij zich steeds met eenen ijver, zorg, naauwgezetheid en orde, die door weinigen geëvenaard, door niemand overtrofien kunnen worden.

Maar vooral moet hier genoemd worden het deel, dat rueb genomen heeft aan de Bijdragen tot de kennis der Nederlandsche en vreemde koloniën, inzonderheid betrekkelijk de vrijlating der slaven, uitgegeven door eene redactie, bestaande, behalve uit rueb zelven, uit de heeren Mr. j. ackersdijck, Mr. p.a. broers, Mr. w.j. hoijtema, Mr. j. hora siccama en Mr. g.w. vreede. Ook hier was rueb met den post van secretaris belast, dat wil zeggen met de eigenlijke werkzaamheid, en dat hij deze nieuwe taak op de voortreffelijkste wijze volbragt, getuigen de vier boekdeelen, welke van 1844 tot 1848 verschenen zijn, en waarin zeer vele oorspronkelijke opstellen van zijne hand zijn, andere eerst door zijne zorg voor de uitgave geschikt zijn gemaakt, terwijl hij bovendien eene uitgebreide zoowel binnenlandsche als buitenlandsche briefwisseling betreffende deze aangelegenheden onderhield, waartoe niemand beter dan hij geschikt was, uit hoofde der gemakkelijkheid en zuiverheid waarmede hij ook in andere talen dan zijne moedertaal schreef.

Den 14den Augustus 1845 huwde rueb met de eenige dochter van den uitmuntenden nijman. Alle zijne vrienden verheugden zich in die gebeurtenis, want zij voorspelden zich daarvan, inzonderheid voor hem, de weldadigste gevolgen. Reeds van nature ernstig van karakter, hadden zich, gedurende zijne reis de eerste sporen vertoond van een ligchaamslijden, waaronder ook zijn geest gebukt ging, en dat bij hem eene overhelling tot droefgeestigheid wekte,