Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/434

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 24 —

Maar behalve door hare ondoordringbaarheid munt de kurk nog door eene andere nuttige eigenschap uit, die hier in aanmerking komt. Waarom leggen velen kurken zoolen in hunne schoenen of laarzen? Waarom was men, toen het stoken van open haarden nog algemeener in gebruik was dan thans, gewoon kurken platen op de gladgeschuurde ijzeren plaat te leggen, ten einde er de voeten op te zetten? Waarom heeft men de binnenzijde der muren van woningen in koude gewesten en der schepen, die voor expeditiën naar de poolzeeën zijn toegerust, met zulke kurkplaten bekleed? Omdat de ondervinding geleerd had, dat kurk een zeer slechte warmtegeleider is. En werkelijk heeft de natuur ook daarom de boomen in zulk een kurkkleed gehuld, dat hen des zomers tegen de brandende hitte der zonnestralen behoedt, en des winters tegen de vernielende werking der koude, waaronder zonder twijfel vele boomen zouden bezwijken, indien zij van dit beschermende hulsel beroofd waren. Het is trouwens niet moeijelijk eene grondige verklaring te geven van dit slechte warmtegeleidend vermogen. Om onze huizen voor koude te beschutten worden de vensterramen van dubbel glas voorzien. Dit geschiedt, omdat men bij ondervinding weet, dat er geen slechter warmtegeleider is, dan besloten en derhalve in rust zijnde lucht. Kurk nu bestaat, gelijk wij zagen, uit een groot aantal, soms verscheidene honderde zulke door celvliezen beslotene luchtlagen, en het kan derhalve in geenen deele verwonderen, dat de warmte daardoor bijna volstrekt niet wordt voortgeplant.

Welnu mijne lezers! had ik ongelijk, toen ik in den aanvang van dit opstel beweerde, dat indien men eenen dieperen blik inde ons omringende schepping werpt, zelfs kurk aanleiding kan geven tot leerzame beschouwingen, waaruit de doeltrefiendheid gepaard aan eenvoudigheid van de door de natuur gebezigde middelen ten duidelijkste voortvloeit?

 

 

Na dit algemeene overzigt der kurkvorming in het plantenrijk, willen wij nu nog eenige regelen meer bepaaldelijk wijden aan die soort van kurk, welke van den Kurkeik afkomstig is, en welke