Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/443

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


 

SPINNENDE WATERTORREN.

DOOR

CLAAS MULDER.

 

 

Er is geen knaap, die niet weet, dat een vlinder niet uit een ei komt; hij verzamelt rupsen, ziet hen pop worden en verwacht de kapel uit deze laatste gestalte. Menigeen weet ook, dat uit de eitjes, door eene vlieg op het vleesch gelegd, geene vliegen, maar maden komen, welke nog moeten verpoppen, eer zij het volkomen insekt worden. In één woord, het is algemeen bekend, dat deze en soortgelijke diertjes eene voor elk zigtbare gedaante-wisseling of metamorphose ondergaan.

In oorden, waar de Meikever menigvuldig is, moge men eene gelijksoortige wisseling van gedaante van dit insekt kennen, niet zoo algemeen bekend of opgemerkt is over het geheel genomen, die van kevers, torren en dergelijke, en wel allerminst, dat zij bij deze levensontwikkeling niet zelden bewonderenswaardige kunstgewrochten tot stand brengen.

Het komt mij daarom niet van alle belang ontbloot voor, om de aandacht van de lezers van het Album der Natuur eens te vestigen op een paar soorten van torren, die als voorbeelden én van metamorphose én van instinctmatigen kunstzin mogen gelden.

Het zijn twee inlandsche insekten, in ons waterrijk vaderland algemeen verspreid, zoodat het velen gemakkelijk zal vallen zich door eigen oogen te overtuigen van hetgeen hier zal worden medegedeeld. Bijzonder mag ik aanbevelen, dat men zich verlustige in het zien spinnen van de na te melden nestjes.