Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/456

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 46 —

toezien, wordt men echter gewaar, dat zij zich bijna onmerkbaar uit het spinsel terugtrekt, waarin zij aanvankelijk tot aan het borststuk toe bedolven was. Gedurende deze schijnbare rust heeft zij een' belangrijken arbeid verrigt, zij heeft hare eitjes, in regelmatige orde, in het afgewerkt gedeelte van het nestje gelegd.

Is deze verrigting geheel afgeloopen, dan is ook het ligchaam gansch en al buiten het spinsel gekomen, en de tor begint, inde houding van fig. 11, in de rondte te spinnen aan den boord van de opening der cocon, die nu nog aan dezen kant geheel ongesloten is. Het spreekt van zelf, dat deze opening al naauwer wordt, tot dat het punt bereikt is, waar het nestje zich, aan den voorkant, als afgeknot vertoont (fig. 4, 8 en 13 b). Thans neemt de tor eene andere rigting aan; zij maakt draden van beneden naar boven en van boven naar beneden, waardoor de cocon te dezer plaatse als met eene platte, min of meer driehoekige plaat wordt gesloten. Nog is de arbeid niet voltooid; op evengenoemd fundament wordt nog een mastje opgerigt. Fig. 9 en 13 stellen deze werkzaamheid voor. De tor spint aanhoudend van beneden naar boven en terug, het ligchaam sterk uitrekkende en boven den waterspiegel verheffende. In fig. 13, waar het mastje noo- laag is, wordt het oogenblik aangewezen, dat het diertje aan den top werkt en op het punt is neer te dalen, waarbij de rigting weer meer horizontaal is, dan in fig. 9. Zoo bereikt eindelijk het mastje zijne volle hoogte; het is alsof de tor haar laatste werk nog eens retoucheert, en kort daarna verlaat ze haar kunstwerk, latende haar wél ingerigt liulkje onbekommerd drijven.

Het gansche werk wordt in omstreeks vijf uren voltooid.

Ik treed hier niet in moeijelijke vraagpunten over het verschil van aard van de zijde, waaruit verschillende deelen zouden gesponnen zijn en dergelijke, maar ik meen den lezer nog een feit te moeten mededeelen. Als miger bij den aanvang van het spinnen de torren in haar werk stoorde, dan hielden zij op; maar was het eijerleggen eens begonnen, dan kon men hen zelfs uit het water nemen, zonder dat zij hare werkzaamheid staakten. Hij knipte zelfs het bovenst van den blinden zak weg, en gedurende % uur kon hij het mechanisme van het spinorgaan en van het eijerenleggen waarnemen. Hij plaatste