Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/459

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 49 —

Is het masker volwassen, dan begeeft het zich buiten het water en in vochtige aarde, om de gestalte van eene pop aan te nemen. De larve is dan gekromd, als in fig. 14 wordt voorgesteld, en vormt zich een langwerpig aan alle kanten gesloten hol, gelijk in fig. 15 te zien is. Er worden ongeveer 10 dagen voor de volkomene metamorphose gevorderd. De huid scheurt op den rug, van den kop af tot aan den vierden ring, en de pop wordt, om zoo te zeggen, door deze opening geboren.

De pop is geelachtig wit en men kan er de deelen van het volkomen insekt grootendeels in erkennen. Aan het achtereinde merkt men twee aanhangsels a a op, terwijl op elk van de voorste hoeken van het borstschild drie hoornachtige en achterwaarts omgebogene stekels b zijn. Lyonet, miger en schubaert stemmen overeen in het nut dezer deelen, terwijl eerstgenoemde bij dit onderwerp lang redeneert over de eigenwijsheid van hen, die beslissen, dat eenig ligchaamsdeel geen nut of doel heeft, als zij het niet weten of kennen. De pop namelijk staat in haar onderaardsch hol steeds op den kop en rust op de evengenoemde stekels van het borstschild, terwijl zij zich met de achterste uitsteeksels ook steunt. Zij komt dus niet in aanraking met de vochtige wanden, wat schaden zou, en herneemt altoos dezelfde houding.

Gedurende de drie weken van dit levenstijdperk, wordt de kleur van de oppervlakte donkerder en eindelijk ontstaat eene lange scheur in de huid van den rug. De tor plaatst zich op haar rug en ontdoet zich, met behulp van hare pooten en het wringen van de buikringen, van haar omkleedsel. De dekschilden of hoornige vleugels, die tot nu toe over den buik lagen (fig. 15 c), gaan den rug bedekken; de vleugels ontplooijen zich, droogen op, en erlangen voldoende vastheid; kort daarna vlijt zich het insekt als het ware onder zijne nu nog witte en buigzame dekschilden neer, en tracht zich op de nog wankelende pooten op te rigten. In omstreeks 24 uren neemt het eene bruine of zwartachtige kleur aan. Gedurende nog ongeveer twaalf dagen blijft de tor in haar hol, doch heeft dan kracht genoeg verkregen, om zich met behulp van kaken en pooten een' uitweg te banen van haar kluis naar de vrije lucht, zoo teregt levensvoedsel