Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/473

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 63 —

verkrijgen? Laat een of eene der duizenden in Europa, welke, zoodra zij slechts in aanraking komen met een kleedingstuk van den eenen of anderen zieke, die op mijlen afstands van hen is verwijderd, dadelijk aangaande den aard zijner ziekte en de geneeswijze daarvan alles weten te zeggen, wat aan geen sterfelijk mensch ook in de onmiddelijke nabijheid des patients bekend is, laat een van deze zich bereid verklaren om, met een kleedingstuk van Lord raglan of canrobert in aanraking gebragt, te zeggen—niet eens wat er in het ligchaam dier veldoversten,—maar slechts wat er in hunne nabijheid geschiedt: en eene stoomboot, kan er iemand aan twijfelen, zal van zulke kleedingstukken dadelijk een gansche kistvol gaan halen. Nog eens dus, er is geene gelegenheid denkbaar, waarbij de zich noemende voorstanders van het dierlijk magnetisme schitterender triomf kunnen behalen, voor zich en voor hunne kunst meer aanzien kunnen verwerven, dan deze. De aanleiding daartoe ontbreekt hun niet; want al is het misschien nog niemand in den geest gekomen om ze, zoo als hier geschiedt, openlijk daartoe aan te sporen en ze als het ware daartoe uit te dagen, in hunne omgeving zal toch ligtelijk wel de een of ander aan zulke zaken hebben gedacht, en zoo niet, dan behooren zij er zelf aan te denken.

Maar is het misschien te veel van hunne kunst gevergd? O neen, dat kan niet zijn! Hoe vele voorbeelden zijn er van berigten, door somnambules gegeven aangaande personen, die hun verblijf hadden op nog grooteren afstand, dan waarop zich het oorlogstooneel van hier bevindt, in Indië b. v. En bovendien, wat kan het tot de zaak doen, of de afstand, waarop de geest des helderzienden zich verplaatsen moet, eenige mijlen meer of minder is? Gewis, als de kunst, of de wetenschap, of hoe zal ik het noemen, die men door de wonderbaar uit hunne beteekenis gerukte woorden dierlijk magnetisme aanduidt, wezenlijk dát is, wat hare voorstanders willen dat zij zijn zal, dan moeten hare beoefenaars, sommige daarvan althans, hunne somnambules zoo ver kunnen brengen.

Doen zij dit, en logenstraft het vervolg hunne berigten niet, dan zal het klinken en weergalmen door de geheele beschaafde wereld: dat het Mesmerisme eene waarheid is.